Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/6.3.1
6.3.1 Achtergrond en uitleg van het wettelijk goedkeuringsrecht van de AV
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232605:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 9 juli 2004 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met aanpassing van de structuurregeling (Stb. 2004, 370), inwerkingtreding 1 oktober 2004 (Stb. 2004, 405).
Kamerstukken II 2003/04, 29 449, nr. 1, p. 13. Zie de in de tekst genoemde paragraaf voor meer achtergronden bij deze ontwikkeling.
Kamerstukken II 2001/02, 28179, nr. 3 (MvT), p. 18.
Kamerstukken II 2001/02, 28179, nr. 3 (MvT), p. 18.
SER-advies, ‘Het functioneren en de toekomst van de structuurregeling’, 19 januari 2001, p. 83-84. Zie ook Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, artikel 2:107a BW, aant. A2, die aangeeft dat het artikel beoogt de reële macht van de AV bij de NV beoogt te vergroten.
Klaassen 2007, par. 5.3.2 en 5.3.3.
Eisenberg & Cox 2014, p. 299.
§271 (verkoop van activa), 275 (ontbinding) en 251(c) en (f) (belangrijke fusies) DGCL. Zie ook: Eisenberg & Cox 2014, p. 299.
Kamerstukken II 2001/02, 28179, nr. 3 (MvT), p. 19.
HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.7-4.8.
‘Samenvatting van de discussie in de algemene vergadering van aandeelhouders van Koninklijke Philips N.V. gehouden op 7 mei 2015 te Amsterdam’, p. 12-13, philips.com. Zie ook: Abma e.a. 2017, par. 2.7.1.
Zie o.a. de oproeping van de AV van AkzoNobel van 7 september 2006, te vinden op akzonobel.com. Dat AkzoNobel van mening was dat sprake was van een belangrijke identiteitsverandering wordt uitgelegd door de toenmalige CEO op p. 17 van de notulen van de desbetreffende vergadering.
Roelvink, TOP 2007/2, p. 73 en Meppelink, TOP 2019/326, p. 30.
Best practice-bepaling IV.3.7 van de Code Tabaksblat. In de latere Corporate Governance Codes wordt dit niet meer specifiek voorgeschreven, maar in de praktijk wordt nog steeds gebruik gemaakt van dergelijke shareholder circulars.
Assink 2007, nr. 14.
Delaware Supreme Court, Zirn v. VLI Corp., 681 A.2d 1050 (Del. 1996).
Dit was het geval bij de goedkeuring voor de afstoting van de Lighting divisie van Koninklijke Philips, zoals geagendeerd voor de AV van 7 mei 2015 en bij de goedkeuring voor de afstoting van Organon door AkzoNobel, zoals geagendeerd voor de AV van 7 september 2006.
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/18f.
Rb. Den Haag 12 juli 2006, JOR 2006/207 (Jakobs/Audilux), r.o. 3.6.
Roelvink, TOP 2007/2, p. 72-73. Zie ook: Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/18c.
Artikel 17 lid 4 van de Verordening Marktmisbruik. Lopende onderhandelingen kwalificeren als een rechtmatig belang op grond waarvan een beursvennootschap publicatie van voorwetenschap kan uitstellen, indien openbaarmaking de uitkomst of het normale verloop van deze onderhandelingen waarschijnlijk zou beïnvloeden.
HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO), r.o. 4.10 en par. 5 van de annotatie van Maeijer bij die beschikking.
Schwarz, GS Rechtspersonen 2019/20, artikel 2:107a, aant. 3.
Zie ook: Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/18i.
Op de AV van 9 juni 2010 heeft Value8 goedkeuring achteraf gevraagd voor vier transacties die eerder dat jaar waren afgerond, zie de stukken voor de AV van 8 juni 2010 van Value8, value8.com
Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/21. Zie ook: Hof Amsterdam, 29 juli 2014, JOR 2014/300, m.nt. D.R. Doorenbos (Fortis), r.o. 5.2.6.
Hof Amsterdam, 29 juli 2014, JOR 2014/300, m.nt. D.R. Doorenbos, (Fortis), r.o. 5.2.6.
Assink/Slagter 2013 (Deel 1), §43.3.
Artikel 2:107a BW is ingevoerd bij de Wet aanpassing structuurregeling van 9 juli 2004.1 Zoals beschreven in paragraaf 2.5 van dit proefschrift versterkte deze wet de positie van de AV op een aantal cruciale punten.2 De wet omvatte onder andere invoering van het agenderingsrecht, het stemrecht van certificaathouders en de vaststelling van het bezoldigingsbeleid.3 Daarnaast werd een wettelijk goedkeuringsrecht van de AV ingevoerd bij bestuursbesluiten omtrent een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de vennootschap of onderneming. De memorie van toelichting vermeldt dat er ten tijde van de invoering van het artikel al geruime tijd een discussie gaande was in de literatuur over de vraag of de AV geraadpleegd moest worden bij dergelijke besluiten.4 Volgens de minister werd algemeen aangenomen dat er een rol voor de AV was weggelegd bij besluiten die wezenlijk betrekking hadden op de structuur van de vennootschap of op de beschikking over delen van de met de vennootschap verbonden onderneming; invoering van artikel 2:107a BW behelsde dus slechts een codificering van die bestaande rol.5 Het SER-advies dat aanleiding gaf tot invoering van het wettelijk goedkeuringsrecht vermeldt echter dat de rol van de AV ten aanzien van ingrijpende bestuursbesluiten dient te worden versterkt en dat de AV een goedkeuringsrecht dient te hebben terzake van dergelijke besluiten.6 Dit suggereert dat er een aanvullende bevoegdheid werd gecreëerd in plaats van dat slechts een bestaande bevoegdheid werd gecodificeerd. Met name was voorafgaand aan invoering van deze bepaling onduidelijk of goedkeuring vereist was in de gevallen als bedoeld in sub b en c van artikel 2:107a lid 1 BW.7 Het lijkt er dus op dat voorafgaand aan invoering van artikel 2:107a BW de heersende leer was dat voor ingrijpende bestuursbesluiten goedkeuring van de AV vereist was, maar dat niet ondubbelzinnig vast stond dat dit zo was in alle gevallen die genoemd artikel thans beschrijft.
Zoals beschreven in paragraaf 3.3 heeft de AV in de Verenigde Staten veelal ook de bevoegdheid tot goedkeuring van bepaalde belangrijke besluiten (fundamental changes).8 In Delaware gaat het dan, naast het wijzigen van het certificate of incorporation, om de verkoop van (vrijwel) alle activa, ontbinding van de vennootschap en belangrijke fusies.9
Het wettelijk goedkeuringsrecht van de AV geldt wanneer een bestuursbesluit zo ingrijpend is dat gezegd kan worden dat het de aard van het aandeelhouderschap wijzigt. De aandeelhouder gaat als het ware kapitaal verschaffen aan een wezenlijk andere vennootschap.10 Dit is een subjectief criterium. In de wettelijke bepaling zijn daarom drie voorbeelden van besluiten opgenomen waarvoor in ieder geval goedkeuring gevraagd moet worden. Indien een transactie niet kwalificeert als een van de drie gevallen die in artikel 2:107a lid 1 BW worden genoemd, dan is dit een aanwijzing dat het besluit niet ter goedkeuring dient te worden voorgelegd aan de AV. Het goedkeuringsrecht moet namelijk restrictief worden uitgelegd11 en de drie gevallen die in het artikel worden genoemd zijn belangrijke indicatoren voor de vraag of al dan niet goedkeuring vereist is. De drie gevallen zijn echter niet limitatief bedoeld. Het kan dan ook voorkomen dat een transactie die niet tot een van de drie gevallen kan worden gerekend, toch ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de AV, omdat deze anderszins leidt tot een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van NV of haar onderneming.
Hiervan was sprake bij de afscheiding van de Lighting divisie door Koninklijke Philips in 2016. De divisie vertegenwoordigde 25% van het bedrag van de consolideerde activa maar werd toch ter goedkeuring voorgelegd aan de AV in 2015, omdat sprake was van een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van de onderneming.12 De splitsing van bank- en verzekeringsbedrijf door ING werd in 2009 aan de AV ter goedkeuring voorgelegd omdat deze strategiewijziging zou leiden tot een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van ING, zonder dat op dat moment al goedkeuring werd gevraagd voor de afstoting van het verzekeringsbedrijf.13 De afsplitsing van Organon (18% van de geconsolideerde activa) van AkzoNobel in 2006 werd ook aan de AV voorgelegd omdat sprake was van een belangrijke identiteitsverandering.14
De wettekst spreekt van een bestuursbesluit “omtrent” een belangrijke verandering van de identiteit of het karakter van NV of haar onderneming. Het woord “omtrent” impliceert dat de AV van een moedermaatschappij een goedkeuringsrecht kan hebben in verband met een besluit van het bestuur van de moedermaatschappij over een voorgenomen transactie op het niveau van de dochtermaatschappij, indien die transactie voldoende ingrijpend is in relatie tot de aandeelhouders van de moedermaatschappij.15 Het vereiste dat bepaalde besluiten ter goedkeuring aan de AV moeten worden voorgelegd kan niet worden omzeild door de transactie op te splitsen en de verwerving van een deelneming te realiseren via meerdere transacties, waarmee telkens een deel van de aandelen in de deelneming wordt verworven.16 Dit is ook relevant wanneer een belangrijke deelneming naar de beurs wordt gebracht door de moedervennootschap (indien dat een NV is). In dat geval worden vaak alle aandelen in de notering opgenomen, maar zal de verkopende aandeelhouder (de moedervennootschap) in eerste instantie slechts een minderheidsbelang verkopen aan beleggers. Indien de intentie van de moedervennootschap is om uiteindelijk haar gehele belang af te stoten, ook al is het over een periode van jaren, dan dient goedkeuring te worden gevraagd aan de AV van de moedervennootschap. Indien de intentie van de moedervennootschap is om op lange termijn meerderheidsaandeelhouder te blijven, dan zal normaal gesproken geen goedkeuring nodig zijn.
In alle gevallen zal het bestuur de AV op de hoogte moeten stellen van alle feiten en omstandigheden die noodzakelijk zijn voor een behoorlijke oordeelsvorming.17 Dit wordt doorgaans gedaan door het verstrekken van een aandeelhouderscirculaire bij de oproeping van de AV.18 Dit werd in de Code Tabaksblat ook specifiek voorgeschreven.19 Thans vermeldt de Corporate Governance Code hier niets meer over, maar dit is wel de praktijk gebleven.
In Delaware bestaat eenzelfde verplichting om aandeelhouders, wanneer (een voornemen tot) een besluit ter goedkeuring aan hen wordt voorgelegd, te voorzien van alle materiële beschikbare informatie. Deze verplichting wordt wel aangeduid als de duty of disclosure.20 Zoals omschreven door de Delaware Supreme Court: “It is well-established that the duty of disclosure ‘represents nothing more than the well-recognized proposition that directors of Delaware corporations are under a fiduciary duty to disclose fully and fairly all material information within the board’s control when it seeks shareholder action.’”21
Belangrijke feiten en omstandigheden kunnen soms nog niet bekend zijn op het moment dat de goedkeuring wordt gevraagd. In de praktijk wordt in dat soort gevallen, en met name bij het afstoten van deelnemingen, veelal een ruim mandaat gevraagd voor het uitvoeren van de transactie. Het agendapunt vermeldt dan een voorstel tot goedkeuring van het afstoten van een dochtervennootschap, op voorwaarden zoals vast te stellen door het bestuur onder goedkeuring van de raad van commissarissen.22 Dit is aanvaardbaar. De AV kan wel voorwaarden verlenen aan haar goedkeuring.23 Voorkomen moet worden dat de uiteindelijke transactie op essentiële onderdelen afwijkt van de informatie op basis waarvan de AV haar goedkeuring heeft verleend. Op die goedkeuring kan dan geen beroep meer worden gedaan en er zal opnieuw goedkeuring moeten worden gevraagd op basis van de gewijzigde informatie.24
Het besluit tot goedkeuring kan met gewone meerderheid worden genomen, tenzij statutair een hogere meerderheid vereist is.25 Transacties door een beurs-NV die vallen onder artikel 2:107a BW zullen vrijwel altijd kwalificeren als voorwetenschap als bedoeld in de Verordening Marktmisbruik. Dit brengt met zich dat er in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij de aankoop van een aanzienlijke deelneming, voor gekozen zal worden de publicatie van voorwetenschap uit te stellen tot aan ondertekening van de koopovereenkomst.26 Dit leidt ertoe dat geen goedkeuring van de AV kan worden verkregen voorafgaand aan ondertekening van de overeenkomst. De goedkeuring zal in dat geval na ondertekening van de overeenkomst gevraagd moeten worden, maar in beginsel wel voorafgaand aan levering van de aandelen, en zal dus als een opschortende voorwaarde voor de verplichting tot levering van de aandelen worden opgenomen in de koopovereenkomst. Voordat het verzoek om goedkeuring aan de AV wordt voorgelegd en tijdig voor de datum van oproeping dient de ondernemingsraad in de gelegenheid gesteld te worden hierover een standpunt te bepalen. Het ontbreken van dit standpunt tast de verdere besluitvorming niet aan.27
Het ontbreken van de goedkeuring van de AV op een besluit dat onderworpen is aan artikel 2:107a lid 1 BW tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.28 Dit gegeven verhinderde (volgens de Hoge Raad terecht) dat de Ondernemingskamer effectuering van de transactie verbood bij wijze van onmiddellijke voorziening in de ABN AMRO-enquête.29 De bestuurders kunnen wel aansprakelijk worden gehouden voor eventuele schade op grond van artikel 2:9 BW.30 Ook is denkbaar dat de vennootschap eventuele schade kan terugvorderen van de derde-wederpartij op grond van onrechtmatige daad.31 Onder omstandigheden kan het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn dat die derde de vennootschap aan de overeenkomst houdt, indien hij wist of behoorde te weten dat de goedkeuring ontbrak terwijl deze vereist was.32
In noodsituaties kan de goedkeuring achteraf (na uitvoering van de transactie) worden gevraagd.33 Onder omstandigheden zal het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kunnen zijn dat het bestuur wordt gehouden aan de verplichting om zijn besluit voor te leggen aan de aandeelhouders.34
Bij de reddingsoperatie van Fortis werd de Nederlandse bank- en verzekeringsonderneming verkocht aan de Nederlandse Staat. Verondersteld werd dat sprake was van een besluit als bedoeld in artikel 2:107a lid 1 BW dat het bestuur van Fortis in beginsel voor had moeten leggen aan de AV. In dit geval was de verkoop zonder goedkeuring van de AV volgens het Hof echter gerechtvaardigd nu artikel 2:107a BW op grond van artikel 2:8 lid 2 BW toepassing miste, onder andere vanwege het grote maatschappelijke belang dat in het geding was, nu door het mogelijke faillissement van een systeembank ernstige schade zou kunnen worden toegebracht aan het financiële systeem en de reële economie.35
Indien een (voorgenomen) bestuursbesluit niet onder de werking van artikel 2:107a BW valt, dan moet niet snel worden aangenomen dat de AV enige zeggenschap toekomt, behalve wanneer die voortvloeit uit een andere wettelijke of statutaire regeling. Het goedkeuringsrecht wordt regelmatig woordelijk overgenomen in de statuten van beurs-NV’s. Daarbij kan het aantal onderwerpen waarop het goedkeuringsrecht van de AV ziet wel worden uitgebreid, maar niet worden beperkt. Daarnaast kan de beurs-NV onder omstandigheden gerechtvaardigde verwachtingen hebben gewekt op basis waarvan een goedkeuringsrecht van de AV kan worden aangenomen.36