Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/4.3.2:4.3.2 Deelnemingsvrijstelling
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/4.3.2
4.3.2 Deelnemingsvrijstelling
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS304348:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de rente niet meer aftrekbaar voor de debiteur, dan moet zij worden vrijgesteld bij de crediteur teneinde dubbele heffing te voorkomen. Schuldvorderingen worden daarom onder het bereik van de deelnemingsvrijstelling gebracht. Bovendien wordt het 5%-criterium geschrapt aangezien het de bedoeling is dat de vrijstelling ook van toepassing is als een crediteur niet een dergelijk belang bezit.
Moet de rente op een schuldvordering ook worden vrijgesteld wanneer de lening is verstrekt aan een buitenlandse debiteur en de rente in aftrek is gekomen? In dat geval treedt geen dubbele heffing op als de rente bij de crediteur aan belasting wordt onderworpen. Er is dan op het eerste gezicht geen reden om de rente vrij te stellen. Wordt de rente die bij een buitenlandse debiteur in aftrek is gekomen bij een binnenlandse crediteur belast, dan is het consistent om in het spiegelbeeldige geval de rente bij een binnenlandse debiteur in aftrek toe te laten wanneer zij bij een buitenlandse crediteur in de heffing wordt betrokken. Er zou dan echter toch weer een onderscheid worden gecreëerd tussen vreemd vermogen waarvan de rente aftrekbaar is bij de debiteur en belast bij de crediteur en vreemd vermogen waarbij dat niet het geval is. Dit onderscheid valt niet te rijmen met het uitgangspunt dat vreemd vermogen gelijk moet worden behandeld aan eigen vermogen. Wil men in de vennootschapsbelasting geen onderscheid meer maken tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, dan moet de rente bij de crediteur worden vrijgesteld, ook wanneer zij bij de debiteur in aftrek is gekomen.