V-N 2025/15.21
Vergoedingen wegens meerinbreng uit voorhuwelijkse periode
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:436, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Kroeze, Tanja-van den Broek, Ter Heide, Salomons, Makkink
- Zaaknummer
24/02046
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD2850:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:436, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
art. 1:94 lid 7 BW
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat als een goed de echtgenoten reeds vóór het huwelijk gezamenlijk toebehoorde en de ene echtgenoot eveneens reeds vóór het huwelijk een vordering op de andere heeft verkregen in verband daarmee, dan valt de met die vordering corresponderende schuld niet in de huwelijksgemeenschap.
Samenvatting
Man en vrouw kopen in 2017 samen een woning, waarvan de man de koopsom van € 383.769,50 betaalt. Later kopen ze er een stuk grond bij dat ernaast ligt. De koopsom van € 31.627,50 heeft de vrouw betaald. De woning is daarna verbouwd, waarvoor ze geld van een bank lenen. De vrouw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.