E-arbitrage
Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/4.7:4.7 Virtuele zittingen
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/4.7
4.7 Virtuele zittingen
Documentgegevens:
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS393128:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat advies geldt ook voor videoconferenties. Als de ene partij beschikt over middelen om een veel betere beeldkwaliteit tot haar beschikking te hebben dan de andere partij die daarover niet beschikt kan dit een onaanvaardbare achterstelling van die laatste partij opleveren.
Zittingen kunnen worden gehouden met behulp van videovoorzieningen. Zo kunnen partijen communiceren met elkaar en de arbiter(s). Zo kunnen ook getuigen worden gehoord. Het voordeel is dat partijen en de getuigen niet hoeven te reizen. Dat scheelt in de kosten. Een nadeel kan zijn dat partijen, de arbiter(s) en de getuigen elkaar niet tegelijkertijd zien in een zitting en zo de reacties van de anderen op wat plaatsvindt in de zittingszaal (een pleidooi, een verhoor van getuigen of experts) niet goed kunnen waarnemen en met name de non-verbale communicatie (lichaamstaal) missen. Het is algemeen bekend dat een groot deel van de communicatie tussen mensen bestaat uit non-verbale communicatie. Zo kan men, als de camera alleen gericht is op de spreker, niet zien hoe de anderen in de zaal reageren. Er zijn advocaten, rechters en arbiters die het op afstand horen van partijen en getuigen om die reden verfoeien; zij vinden dat zij dan niet goed kunnen waarnemen wat de reactie van de tegenpartij is op een bepaalde uiting van een partij en of een getuige, uit het zicht van de camera, wordt gesouffleerd; zij kunnen bij wijze van spreken het zweet van een liegende getuige niet ruiken.
Dat neemt niet weg dat in de rechterlijke macht druk wordt geëxperimenteerd met het videofonen in eenvoudige, goed controleerbare situaties, zoals het horen van een verdachte bij de behandeling van verzoeken tot verlenging van voorlopige hechtenis.
Waar en zodra de techniek het mogelijk maakt voor alle belangrijke bezwaren een oplossing te geven kunnen arbitrale hoorzittingen worden gehouden met behulp van deze techniek. De Werkgroep Van den Berg (zie uitgebreider 6.1) stelt voor de Nederlandse wet (art. 1072 lid 5 BB van het voorstel) zo te wijzigen dat videohoren van getuigen, deskundigen en partijen mogelijk wordt. Het voorstel laat het aan het scheidsgerecht over 'in overleg' te bepalen welke elektronische middelen daartoe worden gebruikt en op welke wijze dit geschiedt. Er staat niet 'na overleg'. Betekent dit dat partijen akkoord moeten zijn met wat het scheidsgerecht bepaalt?