De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.3.4:3.3.4 Economische gerechtigdheid via de gelijkstellingsbenadering
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.3.4
3.3.4 Economische gerechtigdheid via de gelijkstellingsbenadering
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS378189:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf 3.3.4 is deels ontleend aan Spruitenburg (2015), p. 463.
In gelijke zin Doorman in nr. 4 van zijn noot onder HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 m.nt. Doorman (Chinese Workers).
In de jurisprudentie en de literatuur wordt dit aangeduid met de term ‘economische werkelijkheid’. Omdat ik van mening ben dat er al (te) veel vage termen in het enquêterecht worden gebruikt, spreek ik over ‘feiten en omstandigheden’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de vraag of iemand als ware een aandeelhouder of certificaathouder economisch gerechtigd is in de vennootschap waar hij de enquête verzoekt, is doorslaggevend of hij als verschaffer van risicodragend kapitaal kan worden aangemerkt.1 Daarvoor lijken twee elementen van belang. De verzoeker dient aan te tonen dat (1) de aandelen of certificaten van de vennootschap waar hij de enquête verzoekt voor zijn rekening en risico worden gehouden, en (2) dat hij een vorderingsrecht in de zin van artikel 3:6 BW heeft ten aanzien van dat economisch belang. Die twee elementen moeten aanwezig zijn in de relatie tussen de enquêteverzoeker en de aandelen of certificaten van de gerekwestreerde vennootschap.2 Het is aan de verzoeker om een en ander aan te tonen aan de hand van alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.3 Indien hieruit blijkt dat de twee elementen aanwezig zijn, dan kwalificeert de verzoeker als een verschaffer van risicodragend kapitaal. Hij is formeel gezien weliswaar geen aandeelhouder of certificaathouder, maar materieel gezien wel. Zijn belang in de vennootschap kan op één lijn worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder. Dit laatste rechtvaardigt dat hem de enquêtebevoegdheid toekomt. Ik noem dit de gelijkstellingsbenadering. De door mij geformuleerde twee elementen keren terug in de rechtspraak.