Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.7
9.7 Het Five Presidents’ Report
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454092:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie: https://ec.europa.eu/commission/publications/five-presidents-report-completingeuropes-economic-and-monetary-union_en. Zie voor een reactie van de Europese Commissie hierop van 21 oktober 2015: COM (2015) 600 definitief. Zie hierover onder meer: Van den Bogaert & Cuyvers 2016, p. 133-139.
Five Presidents’ Report, 22 juni 2015, p. 10.
Five Presidents’ Report, 22 juni 2015, p. 10.
Five Presidents’ Report, 22 juni 2015, p. 16.
Tegelijk met haar reactie op het Five Presidents’ Report (zie: COM (2015) 600 definitief) publiceerde de Europese Commissie voorstellen om de plannen uit het rapport om te zetten in maatregelen. Hierbij publiceerde zij tevens ‘Besluit (EU) 2015/1937 (PbEU 2015, L 282/37) van 21 oktober 2015 tot oprichting van een onafhankelijk adviserend Europees Begrotingscomité’ (gewijzigd door ‘Besluit (EU) 2016/221 (PbEU 2016, L 40/ 15) van 12 februari 2016’). Het eerstgenoemde besluit was een uitwerking van het voorstel uit het Five Presidents’ Report om tot een Europese Budgettaire Raad te komen, hoewel het Europees Begrotingscomité uiteindelijk een wat andere vorm heeft gekregen dan de vijf voorzitters voor de Europese Budgettaire Raad voor ogen hadden. Zie bijvoorbeeld: ‘Eurozone needs independent fiscal oversight, says Dijsselbloem’, Financial Times, 4 november 2015, waarin Dijsselbloem, hoewel niet met zoveel woorden, kritiek levert op de door de Europese Commissie bepaalde inrichting van het Europees Begrotingscomité.
Five Presidents’ Report, 22 juni 2015, p. 20.
Het Five Presidents’ Report onderscheidde twee fasen (p. 5). De eerste fase liep van 1 juli 2015 tot en met 30 juni 2017. Het idee van een ‘eurozonethesaurie’ is bedoeld voor de lange termijn, waarmee het rapport uiterlijk 2025 voor ogen heeft (p. 6).
Five Presidents’ Report, 22 juni 2015, p. 20.
Op 22 juni 2015 verscheen vervolgens het zogenaamde Five Presidents’ Report, naar de vijf voorzitters die binnen de EU een belangrijke rol spelen (van de Europese Commissie, de Europese Raad, de eurogroep, de ECB en het Europees Parlement).1 Dit plan bouwde voort op het rapport ‘Naar een echte Economische en Monetaire Unie’ en zette (nogmaals) enkele plannen op een rij om de EMU te voltooien. Ik bespreek hieronder de voor dit proefschrift relevante punten.
Het Five Presidents’ Report erkende allereerst dat de verschillende Europese procedures in het kader van economische en monetaire integratie als gevolg van de eurocrisis behoorlijk gecompliceerd zijn geworden en stelde onder meer voor om het Europees semester te vereenvoudigen.2 De opstellers van het rapport merkten daarbij op dat aanbevelingen aan lidstaten in het kader van het Europees semester ‘hun “politieke” karakter [moeten] behouden, dat wil zeggen dat de lidstaten een zekere mate van vrijheid moeten hebben om te bepalen wat voor maatregelen ze precies willen nemen.’3
Ondanks de roep om vereenvoudiging van procedures, stelde het rapport vervolgens voor om een nieuwe instelling te creëren, namelijk een adviserende Europese Budgettaire Raad.4 Deze Raad zou onafhankelijk beoordelen in hoeverre begrotingen voldoen aan de economische doelstellingen en aanbevelingen die op Europees niveau zijn vastgesteld. Deze aan de Europese Commissie adviserende instelling is inmiddels opgericht.5
Het meest vergaande idee uit het rapport omvatte de oprichting van een zogenoemde ‘eurozonethesaurie’, zoals ook al naar voren kwam in ‘Naar een echte Economische en Monetaire Unie’.6 De plannen hieromtrent zijn vaag en bedoeld voor de lange termijn.7 Het rapport bevatte hierover de volgende alinea:
‘Het Stabiliteits- en Groeipact blijft een anker voor begrotingsstabiliteit en vertrouwen in de naleving van de begrotingsregels. Bovendien zal een echte begrotingsunie meer gezamenlijke besluitvorming inzake begrotingsbeleid vereisen. Dit zou niet betekenen dat alle aspecten van het inkomsten- en uitgavenbeleid worden gecentraliseerd. De lidstaten van de eurozone zouden blijven beslissen over belastingheffing en de toewijzing van de begrotingsuitgaven overeenkomstig de nationale voorkeuren en politieke keuzes. Naarmate echter de eurozone zich naar een echte EMU ontwikkelt, zullen bepaalde beslissingen steeds meer collectief moeten worden genomen waarbij ook voor democratische verantwoording en legitimiteit wordt gezorgd. Een toekomstige eurozonethesaurie zou de plaats kunnen zijn voor dergelijke collectieve besluitvorming.’8
Ook het Five Presidents’ Report blijft daarmee behoorlijk vaag over dit voorstel.