Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/7.6
7.6 De woon- en gebruikelijke verblijfplaats
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS398844:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Anders: art. 16 en 17 voorstel herschikking btw-verordening, Value Added Taxation Committee, working paper 619, taxud.d.1.(2009) 108658, blz. 8 en D.B. Bijl, M.E. van Hilten en D.G. van Vliet, Europese BTW en Nederlandse omzetbelasting, Deventer, Kluwer, 2001, blz. 101.
Vgl. Hof Den Haag 1 juni 1942, NJ 1942, 726, in het civiele recht.
Vgl. de in paragraaf 4.2.2 en 4.4.2 besproken invulling van de woonplaats van een natuurlijk persoon in respectievelijk het civiele recht en de directe belastingen.
Bij gebreke van een zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting wijst art. 45 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) heffing toe aan het land waar de belastingplichtige zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Wanneer we het hebben over de woon- en gebruikelijke verblijfplaats bij toepassing van art. 45 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) moet worden vastgesteld wat de woon-of gebruikelijke verblijfplaats van een belastingplichtige is. In deze paragraaf zal dan ook stil worden gestaan bij de woon- en gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige. De woon- of gebruikelijke verblijfplaats van een niet-belastingplichtige komt in paragraaf 8.3.3 aan de orde. De woorden ‘bij gebreke van’ betekenen mijns inziens dat de woon- of gebruikelijke verblijfplaats pas aan de orde komt indien de belastingplichtige niet over een zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting beschikt waar dan ook ter wereld.
Het is dus niet zo dat als een belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening buiten de Europese Unie heeft, maar ook, zonder dat sprake is van een vaste inrichting, in een bepaalde mate aanwezig is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie hij daar een woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft en heffing over zijn diensten in die lidstaat kan plaatsvinden (zie ook paragraaf 6.2.5). Volgens art. 16 voorstel herschikking btw-verordening is de woonplaats het adres van een natuurlijk persoon dat in het bevolkingsregister of een soortgelijk register is opgenomen. Dit geldt ongeacht of deze persoon belastingplichtige is of niet. Bij gebreke van een dergelijk register is de woonplaats het adres dat door die persoon aan de belastingautoriteiten is meegedeeld, tenzij er bewijs voorhanden is dat het meegedeelde adres niet met de werkelijkheid overeenstemt. Volgens art. 17 voorstel herschikking btw-verordening is de gebruikelijke verblijfplaats de plaats waar een natuurlijk persoon gewoonlijk verblijft wegens persoonlijke en beroepsmatige. Ook dit geldt ongeacht of de natuurlijk persoon een belastingplichtige is of niet. Wanneer de persoon beroepsmatige bindingen heeft met een ander land dan waarmee hij persoonlijke bindingen heeft of wanneer hij geen beroepsmatige bindingen heeft, wordt de gebruikelijke verblijfplaats bepaald aan de hand van de persoonlijke bindingen.
Naar mijn mening moet worden aangenomen dat de vestigingsplaatsvormen woon- en gebruikelijke verblijfplaats zowel voor natuurlijk personen als rechtspersonen en samenwerkingsverbanden gelden.1Art. 44 en 45 btw-richtlijn (tekst vanaf 2010) maken ook geen onderscheid tussen verschillende soorten rechtssubjecten. Het in de Engelse taalversie gebruikte ‘permanent address’ is meer algemeen geformuleerd en doet niet in eerste instantie denken aan natuurlijk personen. De woon- of gebruikelijke verblijfplaats van een rechtspersoon of samenwerkingsverband is dan bijvoorbeeld het adres waarop hij is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel of gemeente, zijn statutaire vestiging of het gebruikte correspondentieadres. Ik neem overigens aan dat als in de opvatting van de Europese Commissie een rechtspersoon of samenwerkingsverband geen woon- of gebruikelijke verblijfplaats kan hebben, zij altijd moeten worden geacht een zetel van bedrijfsuitoefening te hebben. Het kan niet de bedoeling zijn dat geen btw kan worden geheven omdat er geen vestigingsvorm van de belastingplichtige is. Bij het vaststellen van de zetel van bedrijfsuitoefening zullen dan ook de inschrijving bij de Kamer van Koophandel of gemeente, het gebruikte correspondentieadres en de statutaire zetel een rol kunnen spelen. De vraag of de woon- of gebruikelijke verblijfplaats ook voor rechtspersonen en samenwerkingsverbanden geldt, is in mijn ogen daarom een theoretische. Mijns inziens is het niet van groot belang om de begrippen woonplaats en gebruikelijke verblijfplaats uit elkaar te trekken en voor ieder begrip naar een eigen invulling te zoeken. De gebruikelijke verblijfplaats moet namelijk worden beschouwd als laatste vangnet dat geldt wanneer ook geen woonplaats is vast te stellen. Er zal dan moeten worden bezien waar iemand normaliter verblijft.2 Naar mijn mening is het niet mogelijk dat een persoon ook geen gebruikelijke verblijfplaats heeft. De regels voor de plaats van dienst zouden dan zonder aanknopingspunt zijn. Dit leidt tot de ongewenste situatie dat geen omzetbelasting kan worden geheven.
De woon- en gebruikelijke verblijfplaats van een natuurlijk persoon/belastingplichtige moet mijns inziens allereerst worden bepaald door te kijken naar professionele banden. Het gaat erom om vast te stellen waar diensten van deze belastingplichtige zijn belast en dus waar hij zijn bedrijf uitoefent. Omstandigheden op basis waarvan niet eenduidig een zetel van bedrijfsuitoefening kon worden aangewezen, kunnen hierbij eveneens worden betrokken. In combinatie met andere professionele banden kunnen zij wel een woon- of gebruikelijke verblijfplaats opleveren. Persoonlijke banden kunnen in de beoordeling worden betrokken wanneer op basis van de professionele banden niet kan worden bepaald waar de belastingplichtige zijn woon- of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Belangrijke persoonlijke banden zijn: de plaats waar de natuurlijk persoon/belastingplichtige de beschikking heeft over een (gemeubileerde) woning, de plaats waar zijn gezin, andere familieleden of vrienden zich bevinden en de plaats waar hij deelneemt aan het sociale leven.3