Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/6.3.3
6.3.3 Restitutieverplichting van de indirecte ontvanger
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS410235:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
“The trustee may not recover […] from a immediate or mediate transferee that takes for value, including satisfaction or securing of a present or antecedent debt, in good faith, and without knowledge of the voidability of the transfer avoided.”
“An initial transferee is exposed to stricter liability than a subsequent transferee because an initial transferee is in the best position to evaluate whether the conveyance is fraudulent. Where […] a transferee receives funds directly from a debtor, the transferee’s capacity to monitor – and, accordingly, its burden to monitor – is at its greatest.” Schaffer v. Las Vegas Hilton Corp. (In re Video Depot, Ltd.), 127 F.3d 1195, 1197-98 (9th Cir. 1997). Een financiële instelling die als intermediair fungeert, kwalificeert niet als een ontvanger in de zin van § 550 BC, nu deze geen controle uitoefent over het goed. De tussenkomst van bijvoorbeeld een bank voorkomt dus niet dat degene die het geld op zijn rekening ontvangt als directe ontvanger kan worden aangemerkt. Zie Schaffer v. Las Vegas Hilton Corp. (In re Video Depot, Ltd.), 127 F.3d 1195, (9th Cir. 1997), p. 1198 en In re Finley, Kumble, Wagner, Heine, Underberg, Manley, Myerson & Casey, 130 F.3d 52, (2d Cir. 1997), p. 56-57.
De fraudulent transfer regeling maakt in § 550 BC onderscheid tussen de directe ontvanger (the initial transferee) en de indirecte ontvanger (the immediate or mediate transferee of such initial transferee) van de overdracht. Beide ontvangers kunnen door de curator tot teruggave worden aangesproken na een succesvolle aantasting van een overdracht op grond van § 548 BC. De indirecte ontvanger beschikt evenwel over een mogelijkheid om aan de restitutieverplichting te ontkomen: § 550 (b) BC bepaalt dat de curator hem niet tot restitutie kan aanspreken als hij de overdracht heeft ontvangen om baat (for value), hij te goeder trouw was en niet op de hoogte was van het feit dat de overdracht vernietigd zou kunnen worden.1 Deze beperking is niet van toepassing op de aansprakelijkheid van de directe ontvanger. Volgens sommige rechters is de reden voor dit onderscheid er in gelegen dat op de directe ontvanger een grotere verantwoordelijkheid rust om zich ervan te vergewissen dat een overdracht niet in strijd met fraudulent transfer law is geschied.2