De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.7:10.7 De intrekking van een 403-verklaring (hoofdstuk 7)
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/10.7
10.7 De intrekking van een 403-verklaring (hoofdstuk 7)
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250286:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een moedermaatschappij kan haar 403-verklaring intrekken door een daartoe strekkende verklaring te deponeren. De moedermaatschappij is niet aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij verricht vanaf het moment dat zij tegenover de crediteur een beroep kan doen op de intrekking. De moedermaatschappij kan in de intrekkingsverklaring opnemen dat de 403-verklaring op een bepaalde datum in de toekomst wordt ingetrokken.1 Maar zij kan haar 403-verklaring naar mijn mening niet zo vormgeven, dat deze tevens geldt als intrekkingsverklaring.2
Als de 403-maatschappij nog niet een jaarrekening openbaar heeft gemaakt die voldoet aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW voordat de moedermaatschappij een beroep kan doen op de intrekking van de 403-verklaring, zal er een periode zijn dat crediteuren de jaarrekening van de 403-maatschappij niet kunnen inzien maar daarvoor niet worden gecompenseerd. De crediteuren van wie de vordering voortvloeit uit een rechtshandeling die de 403-maatschappij in deze periode heeft verricht, worden niet gecompenseerd voor het feit dat zij de jaarrekening van de 403-maatschappij niet kunnen inzien. Om deze lacune in de compensatie van de crediteuren te verhelpen, is het mijns inziens gewenst dat art. 2:404 BW wordt gewijzigd. Aan lid 1 van deze bepaling kan worden toegevoegd dat de intrekking van de 403-verklaring slechts of eerst effect heeft als de 403-maatschappij een jaarrekening openbaar heeft gemaakt die aan de voorschriften van titel 9 van Boek 2 BW voldoet, of als er een nieuwe 403-verklaring is gedeponeerd ten aanzien van de 403-maatschappij.3
In het geval dat een 403-maatschappij niet meer gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime maar de moedermaatschappij is vergeten de 403-verklaring in te trekken, is het uitgangspunt dat een crediteur desondanks een beroep kan doen op de vergeten 403-verklaring. Een dergelijk beroep is naar mijn mening slechts onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als de crediteur weet, of behoort te weten, dat de moedermaatschappij is vergeten de 403-verklaring in te trekken.4
Een moedermaatschappij kan preventief de aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring limiteren voor het geval zij vergeet deze verklaring in te trekken.5 De meest effectieve manier hiervoor is om in de 403-verklaring op te nemen dat zij zich slechts aansprakelijk stelt voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij tot een bepaalde datum verricht, of door een intrekkingsverklaring te deponeren op grond waarvan de 403-verklaring op een bepaalde datum wordt ingetrokken.