PJ 2014/83
Verzetprocedure tegen rekening en verantwoording van vereffening en plan van verdeling, opgemaakt door vereffenaars van een pensioenfonds in liquidatie. Geschil over de vraag of VPL-aanspraken van gewezen werknemers onvoorwaardelijk zijn geworden.
Rb. Midden-Nederland 18-03-2014, ECLI:NL:RBMNE:2014:1059, m.nt. Mr. L.H. Blom
- Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
- Datum
18 maart 2014
- Magistraten
Mr. H.M.M. Steenberghe
- Zaaknummer
358425 HA RK 13-327
- Noot
Mr. L.H. Blom
- JCDI
JCDI:ADS917838:1
- Vakgebied(en)
Pensioenen / Algemeen
Pensioenen / Pensioensystematiek
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBMNE:2014:1059, Uitspraak, Rechtbank Midden-Nederland, 18‑03‑2014
- Wetingang
Art. 2:23b lid 5 en 6 BW; art. 4 Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004; art. 65 lid 1 Invoerings– en aanpassingwet Pensioenwet
Essentie
Verzetprocedure tegen rekening en verantwoording van vereffening en plan van verdeling, opgemaakt door vereffenaars van een pensioenfonds in liquidatie. Geschil over de vraag of VPL-aanspraken van gewezen werknemers onvoorwaardelijk zijn geworden.
Samenvatting
Het verzet is gegrond, omdat de vereffenaars blijkens de rekening en verantwoording van vereffening en het plan van verdeling vermeende VPL-aanspraken niet erkennen en zij niet bereid waren om uit het batig saldo geen uitkering te doen zolang niet in rechte over de VPL-aanspraken is beslist. In een dagvaardingsprocedure zal worden beslist of de VPL-aanspraken al dan niet onvoorwaardelijk zijn. Tot dan mag het pensioenfonds niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.