Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/7.5.2.2
7.5.2.2 Beoordeling en evaluatie van de regeling
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480793:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Beknopt verslag Schadeschap 1 november 2000, p. 4.
Beknopt verslag Schadeschap 1 november 2000, p. 5.
Beknopt verslag Schadeschap 1 november 2000, p. 4.
Roos, De Telegraaf 2 september 2003; Beknopt verslag Schadeschap 24 november 2004, p. 2; Kamerstukken II 2005/06, 26959, nr. 111, p. 6; Verslag Schadeschap 27 juni 2006, p. 4.
Verslag van de vergadering 27 juni 2006, p. 4.
Meeus & Schoorl, De Volkskrant 31 juli 2003; ‘Claimregen om overlast Polderbaan’, Het Parool 31 juli 2003; ‘400 schadeclaims sinds uitbreiding Schiphol’, NRC Handelsblad 31 juli 2003; ‘Omwonenden claimen miljoenen na uitbreiding Schiphol’, ANP 20 augustus 2003; ‘Omwonenden eisen 54 mln van Schiphol’, NRC Handelsblad 20 augustus 2003; Roos, De Telegraaf 2 september 2003; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 25 november 2004; ‘Te veel claims voor Schadeschap’, Noordhollands dagblad 3 januari 2005; Katstra, ANP 24 november 2005.
‘Landende toestellen laag over mijn huis’, Algemeen Dagblad 5 augustus 2004; ‘Schiphol ziet broodverkoper niet staan’, Rijn en Gouwe 20 augustus 2004; ‘Ook Raad van State ziet broodverkoper niet staan’, Rijn en Gouwe 14 oktober 2004; Algra, Trouw 15 juli 2005.
Glissenaar, Zembla 10 mei 2009; Zie ook: ‘‘Ik zei nog: koop me af, dat scheelt je een tocht naar Straatsburg”; Ex-Spaarndammer Jaap Goede heeft belangrijke slag geslagen in strijd tegen vlieglawaai’, Haarlems Dagblad 8 december 2007.
‘Loket voor Schadeclaims Schiphol geopend’, ANP 24 november 1998.
Haverkamp 2008, p. 81.
Schoof, NRC Handelsblad 7 september 2001; ‘Omwonenden eisen 54 mln van Schiphol’, NRC Handelsblad 20 augustus 2003; Meeus & Schoorl, De Volkskrant 25 november 2004; Katstra, ANP 24 november 2005; Algra, Trouw 15 juli 2005; ‘Meer claims na groei Schiphol’, Het Parool 30 december 2006; ‘Meer claims rond Schiphol verwacht; ‘Omwonenden hebben de tijd tot 20 februari 2008’, Haarlems Dagblad 8 december 2007; ‘Claims Schiphol stapelen zich op’, Haarlems Dagblad 25 juni 2008.
Algra, Trouw 15 juli 2005.
‘Te veel claims voor Schadeschap’, Noordhollands dagblad 3 januari 2005.
Standpunt BWA.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 5.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 18-20.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 20.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 21.
De Groen, Oranje & Renooij 2008, p. 21-22.
Van den Berg, Haarlems Dagblad 6 maart 2012.
Jaarstukken 2012 Schadeschap 2013, p. 7.
‘Schadevergoeding voor groei Schiphol’, Haarlems Dagblad 27 februari 2010; ‘Geld voor geluidsoverlast Schiphol’, Haarlems Dagblad 25 mei 2011; Vuijk, Noordhollands Dagblad 12 augustus 2014; ‘Uitgeesters eisen geld van Schiphol’, Noordhollands Dagblad 17 oktober 2014; ‘Raad van State: Schiphol hoeft Uitgeesters niet te betalen’, Noordhollands Dagblad 21 november 2014; ‘Schadeschap Schiphol moet Sugar City betalen’, Haarlems Dagblad 19 mei 2016; Flach, Haarlems Dagblad 11 augustus 2017; ‘Sugar City eist 16 mln van Schiphol’, Haarlems Dagblad 16 oktober 2019.
‘Uitgeesters eisen geld van Schiphol’, Noordhollands Dagblad 17 oktober 2014.
Flach, Haarlems Dagblad 11 augustus 2017.
A. Tekin, ‘Het schadeschap vanuit bestuurlijk perspectief’, in: Van Schadeschap naar Schadeloket, G.M. van den Broek & J.R.M. van der Poel (red.), Haarlem: Schadeschap luchthaven Schiphol 2019, p. 11.
Van den Broek & Te Rijdt 2019.
Van Ravels 2019, p. 38.
Van Ravels 2019, p. 38.
Van Ravels 2019, p. 38.
Van Ravels 2019, p. 39.
Van den Broek & Te Rijdt 2019, p. 68.
Van den Broek & Te Rijdt 2019, p. 59-61; ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3435.
Van den Broek & Te Rijdt 2019, p. 59.
Van den Broek & Te Rijdt 2019, p. 62-67; Van den Broek & Tjepkema 2015, p. 63; ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3435; ABRvS 6 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1821.
Van den Broek & Te Rijdt 2019, p. 72-76; Roozendaal 2019.
ABRvS 10 november 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO3435, BR 2011/9, m.nt. J.W. van Zundert; TBR 2011-90 m.nt. G.M. van den Broek.
ABRvS 9 april 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC9040, MenR 2008/72, m.nt. J. Hijma; TBR 2009/13, m.nt. J.A.M.A. Sluysmans.
Bijvoorbeeld de 600 bewoners van Uitgeest, ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4193.
‘Schadevergoeding voor groei Schiphol’, Haarlems Dagblad 27 februari 2010.
Interviews betrokkenen 2020.
Er zijn een paar evaluaties uitgevoerd door of over het Schadeschap, hoewel deze vaker ingingen op de doelmatigheid van het handelen dan de tevredenheid van de aanvragers. In deze paragraaf belicht ik deze onderzoeken, uitingen van betrokken bestuurders, belangenvertegenwoordigers en mediaberichten voor en na de strategiewijziging van 2012. Ik sluit af met een bespreking van de bezwaar- en beroepsprocedures.
Kritiek op de uitvoering
Op aandringen van het algemeen bestuur van het Schadeschap werd in 2000 een evaluatie verricht om vast te stellen hoe elf aanvragers hun behandeling bij de hoorzittingen van de adviescommissies ervaarden. Zij waren overwegend positief en voelden zich zorgvuldig, correct en persoonlijk behandeld.1 De onderzoekers waarschuwen echter dat deze correcte behandeling ‘de indruk kan wekken dat de claims ook worden gehonoreerd’2 wat mogelijk kan leiden tot teleurstelling. Uit de evaluatie bleek tevens dat sommigen kritisch zijn en weerstand etaleren omdat zij het Schadeschap associëren met de overheid of de luchthaven zelf.3
Regionale bestuurders – zowel direct als indirect betrokken bij het Schadeschap – uitten in diverse fora dat de werkwijze van het schap te wensen overlaat. De klachten die zij ontvangen zien vooral op de trage afhandeling, ingewikkelde procedure en hoge proceskosten.4 Ook klagen sommige burgers dat zij bij het Schadeschap geen vergoeding kunnen krijgen voor in de praktijk afwijkende vluchtroutes (waardoor sprake is van onrechtmatige in plaats van rechtmatige schade); mede omdat zij € 300 aan leges moesten betalen voelde men zich ‘gepiepeld’.5 Ook in mediaverslaggeving werd aandacht besteed aan de hoge aantallen ingediende claims en de discrepantie tussen de geclaimde en uitgekeerde bedragen;6 soms werden ontevreden individuele aanvragers geportretteerd.7 In deze verslaggeving werd tevens belicht dat sommige omwonenden zich juridisch verzetten, veelal omdat zij zich ‘bekocht’8 voelden.
Via een aantal belangenorganisaties werd gezamenlijk opgetreden tegen het Schadeschap. Veelal gebeurde dit via gezamenlijk ingediende claims, maar ook daarbuiten lieten zij zich kritisch uit. Bij de instelling van het Schadeschap was het Platform Vliegoverlast Amsterdam bijvoorbeeld sceptisch: ‘het klinkt als een zoethoudertje.’9 De bewonersvertegenwoordigers uit de CROS waren kritisch over de proceskosten, voorlichting en communicatie van het Schadeschap.10 Een groot aantal claims werd gezamenlijk ingediend door een gemachtigd juridisch adviesbureau;11 een van de gemachtigde planschadeadvocaten constateerde in 2005: ‘Het gaat niet snel’; ‘de procedure had laagdrempelig moeten zijn. Als je ziet hoe deskundigen ermee worstelen, [is] het onderschat.’12 De Algemene Vereniging Bewoners/Huiseigenaren Uitgeest (AVBU) had 575 claims ingediend en werd door het Schadeschap benaderd om een voorselectie te maken voor pilotzaken. De woordvoerder verwachtte weinig coulance van het Schadeschap: ‘Wij gaan er vanuit dat deze superspecialisten op planschadegebied niet zijn ingehuurd om cadeautjes weg te geven. Wij sluiten dan ook niet uit dat dit nog een vervolg zal krijgen voor de rechter en/of de Raad van State.’13 Ook een belangenvertegenwoordiger rondom de Aalsmeerbaan gaf aan: ‘Het is onze ervaring dat de topjuristen die aan het Schadeschap Luchthaven Schiphol zijn verbonden, hun kwaliteiten vooral inzetten ten behoeve van de Staat, dat wil zeggen om de omvang van de vergoedingen te beperken.’14 Hij pleitte voor ruimhartiger regelingen voor toekomstige Schipholbesluiten.
In 2008 werd door onafhankelijk bureau Regioplan een uitgebreider enquêteonderzoek uitgevoerd onder 163 van de 673 claimanten (24%, mogelijk niet representatief).15 Bijna 60% van de aanvragers vond de afhandeling langer duren dan verwacht. Over het algemeen waren omwonenden desondanks tevreden. De informatievoorziening werd redelijk beoordeeld: ruim 40% was tevreden over de communicatie van het Schadeschap, terwijl 20% negatief was en de overgebleven 40% aangaf ‘neutraal’ te zijn. Van de geënquêteerden had 80% een schadevergoeding ontvangen. 64% van de geënquêteerden kon zich vinden in de beslissingen van het Schadeschap; de rest was ontevreden over (het gebrek aan) de vergoeding.16 Zo stelde een omwonende: ‘Ik heb de afhandelingen en conclusies als groot bedrog ervaren’17 en een ander: ‘Toekenning schade is een loterij. De hoek van de straat is geïsoleerd en wij zouden geen overlast hebben. … Het Schadeschap is een robot die keurig gedicteerde procedures uitvoeren. Bureaucratie ten top. Lieve mensen die ‘er ook niets aan kunnen doen’ maar er wel aan verdienen.’18 Toch vond ruim 80% een financiële schadevergoeding – maar dan wellicht een ruimere – de juiste vorm van compensatie. 10% zou liever een aankoopregeling vanuit Schiphol zien; de overige 10% verkoos alternatieven als het vergoeden van verhuiskosten, het (beter) isoleren van gebouwen, of betere voorzieningen in de wijk.19
Positievere geluiden over de gewijzigde aanpak
De gewijzigde aanpak naar aanleiding van het kritische onderzoek van Van Ettekoven en Tjepkema, dat niet ingaat op tevredenheid onder verzoekers maar constateert dat de doelmatigheid van het Schadeschap ernstig tekortschiet, leidt tot positievere geluiden. Gedeputeerde Talsma meldde in de media dat de afhandeling van zaken sneller ging en dat hij schatte dat de resterende zaken binnen twee jaar zouden worden behandeld: ‘Het schiet nu op.’20
Desondanks bleven sommige omwonenden kritisch. De Nationale ombudsman ontving een klacht dat de afhandeling van een schadeverzoek te lang duurde, waarna het Schadeschap dat verzoek met spoed afhandelde.21 Verder was in de pers vooral aandacht voor de verscheidene rechtszaken die omwonenden tegen het Schadeschap voeren.22 Een belangenvereniging uit Uitgeest was tijdens de zitting in hoger beroep bij de Afdeling kritisch over de onafhankelijkheid van de Adviescommissie, ‘omdat die is benoemd door het bestuur van het Schadeschap.’ Voor de vereniging voelden de ruim 600 afgewezen schadeclaims ‘gewoon niet lekker aan’.23 Hoofddorpers die een langdurig conflict met Schadeschap hebben over de vergoeding van grondgeluid voelden ‘zich afgescheept met een minimale compensatie’ en vonden de besliscommissie ‘vrekkig’.24 Volgens gedeputeerde Tekin, voorzitter van het Schadeschap van 2016-2020 was het Schadeschap vergeleken met andere overlegorganen rondom Schiphol echter een ‘baken van rust en stabiliteit’.25
Bezwaar- en beroepszaken
Rondom het Schadeschap was sprake van jurisprudentiële ontwikkelingen. De beslis- en adviescommissies waren genoodzaakt nieuwe lijnen uit te zetten over de grootschalige afhandeling van nadeelcompensatie- en planschadeverzoeken.26 Van de 5.122 aanvragers zijn 1.603 in bezwaar gegaan, ruim 31% (hoewel hier ook groepen bij zaten: 600 bezwaarmakers uit Uitgeest en 126 bezwaarmakers uit Hoofddorp kregen beide één gezamenlijke beslissing op bezwaar).27 Dat kan aangeven dat verzoekers ontevreden waren met de beslissing, maar ook dat zij het oordeel van de advies- en besliscommissies niet vertrouwden – vanwege het onontgonnen terrein waarop men zich bevond – en daarom een herbeoordeling, en mogelijk het oordeel van de rechter wilden. In totaal vonden 84 beroepen in eerste aanleg plaats bij de rechtbank, waarvan 81 individueel en 3 gezamenlijk waardoor in totaal 846 eisers – ruim 16% van de aanvragers – werden vertegenwoordigd.28 Nog eens 730 van hen (14% van het totaal) ging in hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, wat resulteerde in 35 uitspraken aangezien sprake was van 33 individuen en twee groepen.29 Voorzitter van de besliscommissie Van Ravels concludeerde dat deze aantallen hoger waren dan vergelijkbare instanties bij de HSL-Zuid, de Betuweroute en de Noord/Zuidlijn.30
Van den Broek en Te Rijdt merkten op dat de jurisprudentie naar aanleiding van de beslissingen van het Schadeschap veel heeft gedaan voor de ontwikkeling van de (juridische) lijn over nadeelcompensatie en planschade. Zij constateerden dat veel aanvragers zich ‘soepel’31 op hebben gesteld en de opschorting van hun zaken hebben aanvaard zodat via proefprocessen duidelijkheid kon worden geschapen voor gelijksoortige gevallen. Er zijn belangrijke rechterlijke uitspraken gedaan over het – door de adviescommissies van het Schadeschap voorgestelde – gebruik van forfaitaire bedragen in planschadezaken,32 het kunnen omrekenen van Ke- naar Lden-eenheden;33 het hanteren van vaste drempels wat betreft het normaal maatschappelijk risico;34 en de wijze waarop schadevergoeding grondgeluid kan worden vastgesteld.35 In het merendeel van de rechterlijke uitspraken kreeg het Schadeschap (grotendeels) gelijk – soms na tussenuitspraken en onderzoek – waardoor omwonenden van Schiphol in het ongelijk werden gesteld en genoegen moesten nemen met hun afwijzing of lagere schadevergoeding. Zo stelde de Afdeling bijvoorbeeld vast dat omwonenden al sinds 1979, toen kaarten van geluidzones werden vastgesteld, rekening hadden moeten houden met overlast waardoor zij een korting van 50% kregen opgelegd vanwege voorzienbaarheid – nog bovenop hun normaal maatschappelijk risico.36 Een uitzondering werd gevormd door een nadeelcompensatiezaak uit 2008, waar de langdurige nalatigheid van de overheid, die de wettelijke plicht had om geluidsbelasting te beperken, resulteerde in een speciale last voor omwonenden en dus recht gaf op een schadevergoeding op grond van het égalitébeginsel.37
Vanuit de beleving van de burger kan worden opgemerkt dat de vele bezwaar- en beroepszaken lijken voort te komen uit onduidelijkheid en onzekerheid over in hoeverre zij konden vertrouwen op het (eerste) oordeel van het Schadeschap. Gedupeerden wisten niet altijd waar ze aan toe waren, omdat veel juridische onzekerheid bestond en aanvragen via (proef-)besluiten en vervolgens rechterlijke controle werden vastgesteld. Het valt te begrijpen dat een relatief groot aantal van hen de besliscommissie (nogmaals) en de rechter om controle vroeg. De rechtsvragen waren met name: is het bedrag aan schadevergoeding hoog genoeg, is de wijze van schadevaststelling wel akkoord – was hier inderdaad sprake van actieve risicoaanvaarding (en dus voorzienbaarheid) en mag hen wel normaal maatschappelijk risico worden aangerekend. Veel bewoners leken vooral de gehanteerde contourenkaarten oneerlijk te vinden, omdat men buiten de zogenaamde 35 Ke-zone niet in aanmerking kwamen voor schadevergoeding,38 en omdat op forfaitaire wijze afhankelijk van de locatie van de woning een vast percentage waardedaling werd vastgesteld.39 Aan de andere kant stelden betrokkenen vast dat hoorzittingen met adviescommissies een gelegenheid boden voor huiseigenaren en commissieleden om met elkaar in gesprek te komen op locatie, waardoor de aanvragen beter konden worden onderbouwd en beoordeeld. Naarmate meer aanvragen binnenkwamen, werden geïndividualiseerde hoorzittingen niet meer mogelijk, werd de sfeer formeler en kwam minder aandacht voor het eigen verhaal van de aanvragers, terwijl dit juist een kracht leek van het aanvankelijke proces.40 Vanwege het grote aantal claims kon het Schadeschap kortom minder voortvarend en laagdrempelig optreden dan bij haar instelling was voorzien.