Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.5.2:7.5.2 Beperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/7.5.2
7.5.2 Beperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik van de goederen door de koper
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258348:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De beperkingen waaraan artikel 70, lid 3, onderdeel a, DWU refereert, zijn een overblijfsel uit het douanewaardesysteem dat gold in de Verenigde Staten voordat de Tokyo-overeenkomst werd afgesloten. De restricties lijken te zijn bedoeld om te voorkomen dat vanwege een oplegde beperking, een prijs wordt afgesproken die lager is dan waarvoor de goederen zonder deze beperking verkocht zouden ‘moeten’ worden. Het woord ‘moeten’ brengt in dezen een objectivering aan, die afbreuk doet aan het karakter van het douanewaardesysteem van de CVA die uitgaat van een positieve waarde conceptie. De beperkingen moeten derhalve restrictief worden uitgelegd.1 Het gaat daarnaast enkel om beperkingen ten aanzien van de overdracht of het gebruik en niet om opbrengsten van elke latere wederverkoop of overdracht of later gebruik waaraan artikel 70, lid 3, onderdeel c, DWU refereert.
Indien een beperking wordt opgelegd, kan de transactiewaarde van de ingevoerde goederen niet worden gebruikt om de douanewaarde vast te stellen. Hierop zijn een aantal uitzonderingen geformuleerd in artikel 70, lid 3, onderdeel a, ten eerste, tweede en derde, DWU. Zo kunnen wettelijke beperkingen geen restrictie vormen op de toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen. Hierbij kan gedacht worden aan wettelijke beperkingen inhoudende dat alleen licentiehouders bepaalde gereguleerde producten zoals medicijnen mogen importeren. De geografische beperking die door de verkoper kan worden opgelegd ten aanzien van de doorverkoop van ingevoerde goederen betreft de tweede uitzondering en spreekt voor zich. De derde uitzondering ondersteund de eerder geuite visie dat de beperkingen restrictief moeten worden uitgelegd en houdt in dat indien de opgelegde beperking er niet toe leidt dat de douanewaarde aanzienlijk is beïnvloed, de transactiewaarde van de ingevoerde goederen nog steeds gebruikt kan worden voor het bepalen van de douanewaarde. De invulling van de term ‘aanzienlijk’ kan op verschillende wijze worden uitgelegd, wat met zich brengt dat in de praktijk deze uitzondering meer aandacht krijgt dan de eerste twee uitzonderingen. Desondanks kan ‘aanzienlijk’ niet nader worden gepreciseerd aangezien de invulling van het begrip afhangt van de concrete omstandigheden van het geval.2 In de Aantekening op artikel 1, lid 1, onderdeel iii, CVA wordt een voorbeeld gegeven van een situatie waarbij de beperking de douanewaarde niet aanzienlijk heeft beïnvloed. Dat is overeenkomstig de Aantekening het geval indien een verkoper van een koper van motorvoertuigen verlangt dat hij deze niet verkoopt of tentoonstelt voor een bepaalde datum die het begin is van een modeljaar. In Commentary 12.1 van de Technische commissie douanewaarde is een voorbeeld opgenomen waar de beperking de douanewaarde aanzienlijk beïnvloed. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een machine wordt verkocht voor een nominale prijs op voorwaarde dat de machine door de koper enkel wordt aangewend voor liefdadigheidsdoeleinden.