Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.2
2.2.2 Verhoging van de welvaart
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577516:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Heertje 2003, p. 174.
Van den Bergh 1997, p. 7; Van den Bergh 2003, p. 10-19.
Zie de bijdrage van de hand van E.J. Kloosterhuis in Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 17-18. Kloosterhuis neemt als voorbeeld een aanbieder van plastic boterhamzakjes die monopolist is. Stel nu dat aanbieders van papieren zakjes wel sterk met elkaar concurreren en consumenten een voorkeur hebben voor plastic zakjes maar dat door het bestaan van het monopolie de monopolist (te) hoge prijzen kan vragen voor de betreffende plastic boterhamzakjes. Afnemers zullen nu uitwijken naar de goedkopere vervangende producten, namelijk de papieren boterhamzakjes. Kloosterhuis laat zien dat door deze vraagverschuiving meer productiemiddelen moeten worden ingezet voor de productie van papieren zakjes en komt terecht tot de conclusie dat dit uit welvaartsoogpunt niet optimaal is. Ingeval de prijs voor plastic boterhamzakjes zou dalen, zou de vraag naar plastic zakjes toenemen en dus de inzet van productiemiddelen verschuiven naar de productie van plastic zakjes. Gevolg is dat een verbetering van de allocatieve efficiëntie optreedt omdat de productie meer in overeenstemming is met de voorkeuren van de afnemers. Zie Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 17-18.
Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 18.
Zie bijvoorbeeld Heertje 2003, p. 176.
Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 18.
Zie Slot, Swaak & Mulder 2007, p. 19; Wesseling 2000, p. 48-49; Craig & De Bárca 2007, p. 950-952. Zie ook mijn bespreking in§ 7.7.12 over de relativiteit van de relevante mededingingsrechtelijke norm en de daar vermelde literatuur. In de Memorie van Toelichting bij de Mededingingswet komt de bescherming van de consument ook naar voren. Zie Kamerstukken II 1995/96, 24 707, nr. 3, p. 9-10 en p. 23-24.
De overheid maakt bij het uitvoeren van economische politiek gebruik van diverse instrumenten. Daarbij kan gedacht worden aan begrotingsbeleid, monetair beleid, inkomens-, loon- en prijsbeleid, betalingsbalansbeleid, groeibeleid en mededingingsbeleid.1 Het mededingingsrecht kan niet los worden gezien van mededingingstheorie en mededingingspolitiek..2 Mededingingstheorie en mededingingspolitiek hebben nu eenmaal invloed op de vorming en interpretatie van het mededingingsrecht. Het mededingingsbeleid is erop gericht markten goed te laten werken. Volgens economen leidt een optimale werking van de markt tot hogere welvaart. Allocatieve efficiëntie, dynamische efficiëntie en productie-efficiëntie zijn belangrijke doelstellingen van het mededingingsbeleid die met behulp van marktwerking kunnen worden bereikt.
Met allocatieve efficiëntie wordt bedoeld dat de beschikbare productiemiddelen daar moeten worden ingezet waar ze het meest aan de maatschappelijke welvaart bijdragen. Door de beschikbare productiemiddelen daar in te zetten waar ze het meest aan de maatschappelijke welvaart bijdragen, komt de productie optimaal tegemoet aan de vraag. Een verstoring van de mededinging door de vorming van een kartel of het hebben en misbruiken van een economische machtspositie verhindert het bereiken van allocatieve efficiëntie.3 Door een verhoging van de allocatieve efficiëntie komt de productie beter overeen met de vraag van de afnemers.
Met dynamische efficiëntie wordt bedoeld de mate waarin ondernemingen in staat zijn tot innovatie doordat zij geprikkeld worden om te zoeken naar nieuwe producten.4 Deze prikkeling ontstaat door de veranderende wensen van consumenten door de toepassing van nieuwe technieken.5 Bij het ontbreken van enige prikkel zullen er onhandige en ouderwetse modellen geproduceerd blijven worden.6
Productie-efficiëntie houdt in dat goederen of diensten tegen zo laag mogelijke kosten worden geproduceerd. De ondernemer die achterblijft bij zijn concurrent en te hoge productiekosten heeft, wordt á snel afgestraft. Door de prikkel om te produceren tegen lagere kosten gaan ondernemers op zoek naar betere productiemethoden.
Al is het kartelrecht in de EG in het begin vooral gericht geweest op het bevorderen van de integratie van de interne mark (§ 2.2.3), geleidelijk aan is daar de doelstelling van het bevorderen van de concurrentie en de bescherming van de welvaart van de consument bijgekomen.7 Een optimale werking van de markt die mede met behulp van het mededingingsrecht kan worden bereikt, zal uiteindelijk tot een hogere allocatieve efficiëntie leiden. Een hogere allocatieve efficiëntie zal uiteindelijk tot een hogere welvaart leiden.