Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/15.2.3
15.2.3 Voor overgang vatbaar zijn
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS296793:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Bartels, van Mierlo & Ploeger 2013, para. 49–50.
Volgens Parlementaire Geschiedenis Boek 3, p. 314–315 volgen wilsrechten voor wat betreft hun overdraagbaarheid het regime van de vordering die door hun uitoefening in het leven wordt geroepen.
Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 933.
Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 932
Dit lijkt te worden miskend door Mijnssen 2009, p. 28, die zonder meer aanneemt dat een dergelijk recht ook kan worden ingeroepen door een opvolgend eigenaar van het perceel dat ver van de openbare weg ligt.
In deze zin ook Verstijlen, noot bij HR 13 juli 2007, NJ 2008/199 (Vakantiepark Zeebad/Bij de Vaate), onder 5. Van Oostrom-Streep 2013, p. 661 merkt op dat de Hoge Raad in zulke casus echter de Haviltex-maatstaf lijkt toe te passen.
692. Rechten kunnen alleen op basis van art. 6:251 BW als kwalitatief wor den aangemerkt als zij voor overgang vatbaar zijn. Rechten die niet voor overgang vatbaar zijn, kunnen niet aan de kwaliteit van rechthebbende van een goed zijn verbonden, omdat wisseling van de partij die die hoedanigheid heeft dan niet zou zorgen voor overgang van het recht. De overgang van een vorderingsrecht kan door partijen zijn uitgesloten op basis van art. 3:83 lid 2 BW.1 Hetzelfde geldt mijns inziens voor een wilsrecht dat bij uitoefening een vordering in het leven roept die door art. 3:83 lid 2 BW onoverdraagbaar kan worden gemaakt.2 Ook kan een recht uit zijn aard niet vatbaar zijn voor overgang. Hierbij geldt mijns inziens wederom het zelfde voor wilsrechten die bij uitoefening een recht in het leven roepen dat naar zijn aard niet vatbaar is voor overgang. Voorbeelden van rechten die vanwege hun aard niet over kunnen gaan zijn rechten met een zeer per soonlijk karakter, zoals het recht op bedongen arbeid.3 Ook kan uit de overeenkomst waarbij het recht ter beschikking wordt gesteld volgen dat de verschaffer ervan slechts bedoeld heeft het recht aan specifiek déze wederpartij te verlenen. Het is niet altijd direct duidelijk of dat het geval is. Een voorbeeld daarvan is een recht dat iemand verkrijgt om over het land van zijn buurman te lopen, omdat hij daardoor sneller bij de openbare weg komt.4 Zonder extra informatie is niet te zeggen of de buurman heeft bedoeld dit recht voor overdracht vatbaar te maken, of dat er bijvoorbeeld sprake was van een vriendendienst.5 Om dit te bepalen, zal de overeenkomst die partijen hebben gesloten dienen te worden uitgelegd. De bedoelingen die zij daarbij gehad hebben dienen bij het uitleggen van die overeenkomst te worden geobjectiveerd, omdat het al dan niet als kwalitatief bestempelen van een recht gevolgen voor derden in het leven roept.6