Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.5.5
3.5.5 CV op aandelen
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS592801:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie over de CV op aandelen onder meer: Asser/Maeijer 5-V 1995/3, 24 en 25; en Meijers 1996, p. 102-106. In de bekende uitspraak HR 4 januari 1937, NJ 1937/586(Erik Schaaper) ging het bijvoorbeeld om een CV op aandelen. In het Ontwerp-Van der Grinten, art. 7.13.3.3, kreeg de CV op aandelen een wettelijke basis.
Art. 19 lid 3 WvK, ingevoerd bij Wet van 28 mei 1975, Stb. 1975/277.
Volgens Van Sasse van Ysselt 1973, p. 56 bestonden er destijds niet meer dan 30 à 40 CV’s op aandelen.
Löwensteyn 1973a.
Löwensteyn 1973a, p. 183; Kamerstukken II 2002-2003, 28 746, nr. 3, p. 73.
Löwensteyn 1973a, p. 183; Mohr/Meijers 2013, § 4.6.1, p. 144; Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-MvT, p. 106.
Slagter 1986; Asser/Maeijer 5-V 1995/24.
Mohr 1987, p. 4; Asser/Maeijer 5-V 1995/3 en 24.
Slagter in GS Personenassociaties III, I, 9, 1; Tervoort 2003b, p. 189.
Pitlo/Raaijmakers 2006, p. 77.
Zie. 3.5.2.4 jo. 3.3.3.4 en 2.6.2.
Vgl. 4.3.5 over enkele fiscale aspecten; en 2.3.4 over verbetering van de attractiviteit van de CV als beleggingsinstelling.
Vermeulen 1999; McCahery & Vermeulen 2004, p. 328; Koster 2012a, par. 5; Van der Sangen & Zaman 2012, p. 162.
Vermeulen 1999, p. 78-81.
Zie de brief van de Raad voor het Midden- en Kleinbedrijf die is opgenomen als bijlage 4 in Vereeniging Handelsrecht 1998.
In soortgelijke zin: Zaman 2007, p. 38.
Zie 3.2.3.3 en 3.2.5.3.
Zie www.blackstone.com.
De Kluiver 2008; Lumeij-Dorenbos 2012; Bootsma, Hijink & In ’t Veld 2016.
Zie 4.3.5.2.
Instemmend: Huizink 2016a, p. 129.
Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 22 lid 5, concept-MvT, p. 106 en 110.
Vroeger kende Nederland de CV op aandelen, als een niet in de wet genoemde variant op de ‘gewone’ CV. Bij dit type CV was het commanditaire kapitaal verdeeld in (verhandelbare) aandelen.1 Sinds 1975 is zij verboden.2 Implementatie van de bepalingen uit de Eerste Richtlijn die op de NV en de CV op aandelen betrekking hebben, was voor deze laatste rechtsvorm de moeite niet waard.3 De kritiek van Löwensteyn op het verbod vond daarom geen weerklank.4
Hoe ver het verbod op de CV op aandelen precies reikt, is onduidelijk.5 Wat moet exact onder ‘aandelen’ in de zin van het verbod worden verstaan? Aangenomen wordt dat het verbod er slechts op neer komt dat de CV met verhandelbare aandeelbewijzen niet meer is toegestaan.6 Ook wordt verdedigd dat het verbod niet in de weg staat aan de mogelijkheid van een CV met (eventueel beperkt) overdraagbare deelnemingsrechten of participaties van commanditaire vennoten.7 Het uitgeven van bewijsstukken voor deze overdraagbare deelnemingsrechten en participaties wordt mogelijk geoordeeld, mits deze stukken op naam luiden.8 Met de overdracht van een dergelijke participatie of aandeelbewijs kan een overdracht van de contractuele positie van een vennoot bewerkstelligd worden.9 Volgens Raaijmakers verhindert artikel 19 lid 3 WvK slechts dat de participatie van de commanditaire vennoot vrij verhandelbaar wordt als ware er sprake van aandelen aan toonder.10 Het verbod ziet uitsluitend op aandelen in het commanditaire kapitaal.
Het vennootschapsaandeel van een commanditaire vennoot, zoals ik dat heb omschreven,11 wordt m.i. niet door het verbod getroffen. Compartimentering van dergelijke vennootschapsaandelen in niet-overdraagbare of sterk beperkt overdraagbare units, hetgeen voor gebruik van de CV als beleggingsfonds met veranderlijk kapitaal nuttig kan zijn, is m.i. evenmin verboden.12 De grens van het toelaatbare zou ik willen zoeken in de toets of handel in dergelijke units feitelijk wordt gefaciliteerd. Dit lijkt mij in lijn met de ratio achter de Eerste Richtlijn, die de CV op aandelen in enkele opzichten op één lijn stelt met de NV.
Er gaan stemmen op om de CV op aandelen te herintroduceren.13 Daarbij wordt gewezen op voordelen die de rechtsvorm zou kunnen hebben voor het midden- en kleinbedrijf,14 maar de Raad voor het Midden- en Kleinbedrijf heeft (in 1998) juist laten weten dat aan deze rechtsfiguur vanuit zijn achterban geen behoefte bestaat.15 Misschien zijn er sindsdien nieuwe inzichten opgekomen.
Mochten er aanwijzingen zijn dat deze rechtsfiguur in een behoefte voorziet, dan ben ik voorstander van herintroductie,16 maar mij hebben dergelijke aanwijzingen niet bereikt. Een belangrijk voordeel dat in het buitenland aan deze rechtsvorm wordt toegedicht, is de mogelijkheid die zij biedt om te bepalen dat de beherend vennoten niet door een meerderheid van de kapitaalverschaffers ontslagen kan worden. Dit geldt voor de beursgenoteerde Franse en Duitse CV’s op aandelen,17 maar bijvoorbeeld ook voor de eveneens beursgenoteerde Amerikaanse private equity investeerder Blackstone.18 Vergelijkbare olicharchische clausules kunnen sinds de flexibilisering van het BV-recht in BV- statuten worden opgenomen. Aandelen in een BV kunnen tegenwoordig ook ter beurze worden genoteerd.19 En het gegeven dat de CV in beginsel fiscaal transparant is, speelt bij de CV op aandelen nou juist geen rol. Het zou bij de CV op aandelen immers om min of meer vrij overdraagbare aandelen gaan. Een dergelijke CV zou onderworpen zijn aan vennootschapsbelasting.20 Per saldo zie ik daarom geen toegevoegde waarde in herintroductie van de CV op aandelen. Ook de werkgroep-Van Olffen wil het verbod op deze rechtsvorm handhaven;21 op de precieze omschrijving van het begrip ‘CV op aandelen’ gaat zij niet in.22