De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.2.1:3.2.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/3.2.1
3.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS375807:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:346 lid 1 sub b en c BW kent de enquêtebevoegdheid niet alleen toe aan de aandeelhouders, maar ook aan de certificaathouders. Certificaathouders zijn net als aandeelhouders verschaffers van risicodragend kapitaal. Deze kapitaalsgelijkstelling is de reden waarom de certificaathouders sinds 1971 op gelijke voet als de aandeelhouders de enquêtebevoegdheid toekomt (§ 3.2.2). De ontvankelijkheids- vereisten voor de certificaathouder komen daarmee in grote lijnen overeen met die voor de aandeelhouder. Hetgeen ik schrijf in § 3.1 over de aandeelhouders is derhalve van overeenkomstige toepassing op de certificaathouders. Toch zijn er een aantal onderwerpen met betrekking tot de enquêtebevoegdheid van de certificaathouders die aparte behandeling verdienen. Ik sta met name stil bij de kenmerken van een certificaat (§ 3.2.5) en bij de enquêtebevoegdheid van het administratiekantoor en de certificaathouder in hun onderlinge rechtsverhouding (§ 3.2.6).