Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.2:3.2 Het voorstel van het American Law Institute
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/3.2
3.2 Het voorstel van het American Law Institute
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305611:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1982 publiceerde het American Law Institute (‘ALI’) een rapport over Corporate Distributions, waarin werd voorgesteld een beperkte aftrek te verlenen voor dividend op nieuw uit te geven aandelen. De rapporteurs maakten een strikt onderscheid tussen nieuw eigen vermogen en bestaand eigen vermogen. Zij meenden dat het niet nodig was om de ongelijke behandeling van bestaand eigen vermogen ten opzichte van vreemd vermogen weg te nemen omdat bestaand eigen vermogen al werd bevoorrecht boven andere vermogensvormen. Bestaand eigen vermogen zou namelijk hoofdzakelijk ingehouden winst omvatten en dat zagen de rapporteurs als inkomen van de aandeelhouders waarover de heffing van inkomstenbelasting kon worden uitgesteld.
De aftrek was gelijk aan een percentage van het nieuw gestorte eigen vermogen, waarbij het percentage gelijk was aan de rente op bedrijfsobligaties met een lange looptijd. De aftrek was echter beperkt tot het bedrag van de dividenden die werden uitgekeerd. Deze beperking was minder verstrekkend dan op het eerste gezicht lijkt, omdat om te beoordelen of aan deze uitkeringseis werd voldaan al het dividend in aanmerking werd genomen, dus ook het dividend op bestaand eigen vermogen.
Bij de berekening van het nieuw eigen vermogen kwam het nettobedrag dat was betaald voor zogenoemde equity acquisitions in mindering op het nieuw gestorte kapitaal. Deze uitzondering voor equity acquisitions zag onder meer op de situatie waarin een vennootschap geld investeert in haar dochtervennootschap. Het was namelijk niet de bedoeling dat zowel de moeder- als de dochtervennootschap aftrek konden claimen over hetzelfde vermogen. Indien het dividend bij de dochtervennootschap in aftrek was gekomen, was er voorts geen reden om het dividend bij de moedervennootschap grotendeels ‘vrij te stellen’ (op grond van de zogenoemde dividend received deduction). Keerde de moedervennootschap het belaste dividend op haar beurt uit, dan kon volgens de rapporteurs overwogen worden het dooruitgekeerde dividend in aftrek toe te staan bij de moedervennootschap.1
De rapporteurs stelden voorts een aantal maatregelen voor om de renteaftrek te beperken. Zo vloeide uit de uitsluiting van de aftrek van een primair dividend ter zake van equity acquisitions voort dat de rente over leningen die waren aangegaan ter financiering van equity acquisitions, niet langer in aftrek kon komen. Omdat de rapporteurs inzagen dat het in praktijk niet gemakkelijk is om vast te stellen met welk doel een lening is aangegaan, kwamen zij met een praktische oplossing: indien het saldo van het nieuw gestorte eigen vermogen enerzijds en de equity acquisitions anderzijds negatief was, was de rente over het negatieve saldo niet aftrekbaar.2
De rapporteurs stelden verder voor de aftrek van de rente op leningen die waren verstrekt door de zogenoemde significant shareholders te beperken tot een bepaald rentetarief, omdat zij wilden voorkomen dat een vreemd-vermogenverstrekking door de aandeelhouders bij de vennootschap tot een hogere aftrek leidde dan een eigen-vermogenverstrekking.3 Voorts werd voorgesteld rente op een lening verstrekt door een significant shareholder pas in aftrek toe te laten in het jaar van betaling, met dien verstande dat als de rente langer dan vijf jaar werd opgeschort, geen aftrek meer was toegestaan.
Het rapport van het ALI heeft medio jaren tachtig geleid tot een aantal wetsvoorstellen om een gedeeltelijke aftrek van dividend in te voeren, maar geen van deze voorstellen heeft het uiteindelijk gehaald.