De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht
Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.3.1:5.3.1 Inleiding
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.3.1
5.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS381306:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voor de historische ontwikkeling zie hoofdstuk drie. Zie voor een uitgebreidere behandelingR.N.J. Kamerling, Handboek belastingcontrole, (losbladige editie), hoofdstuk 6, 2001; R. N.J. Kamerling en M. Snippe, Belastingcontrole, 2013, hoofdstuk 8.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De medewerkingsverplichting vanuit de AWR bestaat uit een samenhangend geheel van verplichtingen in het kader van de aangifte. Het verstrekken van gegevens en inlichtingen is een aanvullende verplichting daarop.1 De inspecteur is bevoegd om – het wettelijke desgevraagd – een beroep te doen op die verplichtingen (art. 47 lid 1 AWR). De gegevens en inlichtingen moeten volgens de toverformule ‘duidelijk, stellig en zonder voorbehoud’ worden verstrekt en op een bepaalde wijze en binnen de termijn die de inspecteur bepaalt (art. 49 lid 1 AWR)
De Awb hanteert de bevoegdheden vanuit de perceptie van de toezichthouder. Hij is bevoegd inlichtingen te vorderen (art. 5:16 Awb) voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor de vervulling van zijn taak (art. 5:13 Awb). Dan bestaat ook een medewerkingsverplichting. Die geldt voor een ieder (art. 5:20 lid 1 Awb). De wettelijke bepalingen kennen naast verschillende uitgangspunten ook inhoudelijk verschillen.
In par. 5.3.2. analyseer ik de verschillen vanuit een conceptueel perspectief. In par. 5.3.3 analyseer ik deze bevoegdheden – op hoofdlijnen – in hun onderlinge verhouding op functionaliteit in relatie tot de wettelijke taak van de verschillende bestuursorganen. In par. 5.3.4 geef ik mijn conclusies op basis van de uitkomsten van beide analyses.