Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/3.3.1.1.3
3.3.1.1.3 Jurisprudentie
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296854:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Te kennen uit artikel Bertrams (1991), p. 204 e.v. en Bisschop (1994), p. 26. Het hof Amsterdam heeft het vonnis overigens bij arrest van 14 april 1991 vernietigd. In dit arrest zijn de grieven tegen bovengenoemde overweging echter niet aan bod gekomen, aldus Bisschop.
Te kennen uit artikel Bertrams (1991), p. 204 e.v. en Bisschop (1994), p. 26. Het hof Amsterdam heeft het vonnis overigens bij arrest van 14 april 1991 vernietigd. In dit arrest zijn de grieven tegen bovengenoemde overweging echter niet aan bod gekomen, aldus Bisschop.
HR 7 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6934, r.o. 3.3, NJ 2006/244 (Bildtpollen/Miedema).
Blaisse (2013), p. 13 e.v.
Beckman (2006), p. 16 e.v.
HR 23 december 1994 en 15 september 1996, NJ 1996, 627-629 (Tilburgse Hypotheekbank arrest).
Hartlief (2002), p. 497.
HR 9 januari 1998, NJ 1999, 285 (Mees Pierson/Ten Bos).
HR 9 januari 1998, NJ 1999, 285 (Mees Pierson/Ten Bos).
Lagere rechtspraak
In lagere rechtspraak is het uitgangspunt dat derden er op moeten kunnen vertrouwen dat de van een goedkeurende verklaring voorziene jaarrekening een zodanig inzicht geeft -volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer gelden- dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en resultaat van de vennootschap per balansdatum (RB Utrecht 18 april 1990 (n.g.),1 RB Breda, 20 juni 1995, NJ 1997, 712, RB Rotterdam 19 november 1998, JOR 1999/31, Gerechtshof ’s-Gravenhage 27 juni 2000, JOR 2001/70 (Van der Vorst/Sistermans)). Ook al zijn de stukken bestemd voor de opdrachtgever, de accountant moet onder omstandigheden beseffen dat deze ook gebruikt zouden worden door anderen, zoals financiers (RB Utrecht 18 april 1990 (n.g.)2)
Voor aansprakelijkheid van de accountant jegens derden is echter vereist, dat redelijkerwijs voorzienbaar was dat als gevolg van de beroepsfout van de accountant schade aan deze derden zou worden toegebracht. Voorzienbaarheid is een (ingangs-) voorwaarde voor het vaststellen van een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt3 (zie paragraaf 3.3.3).4 In paragraaf 4.4.5 zal ik nader stilstaan bij voorzienbaarheid.
Tevens speelt een rol dat een professionele wederpartij wordt geacht zelf onderzoek te doen (Rb Amsterdam, 9 juni 1999, JOR 1999/195, hof Amsterdam 6 februari 2003, JOR 2003/93 (Van Lanschot/KPMG)). Laat zij dit na, dan kan er sprake zijn van eigen schuld (zie paragraaf 5.6.1). Beckman5 kan zich niet vinden in de eis van ‘zelfonderzoek’. Naar zijn mening is het niet zo makkelijk om op basis van de jaarrekeningen zelfstandig eigen onderzoek te doen. Hij ziet niet in waarom een bank er niet op zou mogen vertrouwen ‘dat de jaarrekening voldoet aan Titel 9 Boek 2 BW indien een goedkeurende verklaring daarbij is afgegeven’.
Hoge Raad
Aan het Vie d’Or arrest zijn twee arresten van de HR inzake derdenaansprakelijkheid van andere gereglementeerde beroepsbeoefenaren voorafgegaan, te weten de notaris en de bank. In de Tilburgse Hypotheekbank arresten6 was de Hoge Raad destijds terughoudend maar heeft wel een opening geboden voor aansprakelijkheid van een notaris jegens derden.7 De Hoge Raad overwoog dat de notaris onder bijzondere omstandigheden ook verplicht is tot een zekere zorg voor de belangen van derden, welke mogelijkerwijs betrokken zijn bij de door zijn cliënte van hem verlangde ambtsverrichtingen. Deze zorgplicht vloeit voort uit de functie van de notaris in het rechtsverkeer.
In het arrest Mees Pierson/Ten Bos8 overwoog de Hoge Raad dat de maatschappelijke functie van een bank een bijzondere zorgplicht meebrengt, zowel jegens haar cliënten wegens de met hen bestaande contractuele verhouding als ten opzichte van derden. De bijzondere zorgplicht ten opzichte van derden geldt voor die derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.9 In het licht van de HR uitspraken met betrekking tot derdenaansprakelijkheid van notarissen en banken, was het Vie d’Or arrest een te verwachten ontwikkeling.