De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/1.2:1.2 Doelstelling en onderzoeksvraag
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/1.2
1.2 Doelstelling en onderzoeksvraag
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197734:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Strikt genomen kent Duitsland geen preventieve herstructureringsprocedure aangezien de akkoordprocedure plaatsvindt binnen een formele insolventieprocedure die kan eindigen in de vereffening van het vermogen van de vennootschap. Het is wel mogelijk vroegtijdig – voorafgaand aan de definitieve opening van de insolventieprocedure – een akkoord voor te bereiden (zie hfst. 5).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit proefschrift analyseert de positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen, in het bijzonder onder de WHOA. De hoofdvraag luidt als volgt: wat is de positie van aandeelhouders onder de WHOA, mede in vergelijking tot de positie van aandeelhouders onder de Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures? Onder ‘positie’ versta ik naast aandeelhoudersrechten en de grenzen aan de uitoefening ervan onder het reguliere vennootschapsrecht, ook de rechten die aandeelhouders aan de WHOA (en de buitenlandse procedures) kunnen ontlenen. Het gaat bijvoorbeeld om de vraag of aandeelhouders een besluit tot een aandelenemissie kunnen tegenhouden, maar ook om de vraag wanneer aandeelhouders stemmen over een akkoord.
De hoofdvraag beantwoord ik aan de hand van een drietal deelvragen. Teneinde de positie van aandeelhouders onder de WHOA te kunnen duiden vanuit een vennootschapsrechtelijk perspectief, is het nodig hun positie onder het vennootschapsrecht uiteen te zetten. De eerste deelvraag is derhalve: wat is de positie van aandeelhouders onder het Nederlandse recht, in het bijzonder welke rechten mogen aandeelhouders (al dan niet in de algemene vergadering) uitoefenen en welke grenzen ondervinden aandeelhouders bij de uitoefening van hun rechten? Deze deelvraag komt aan de orde in hoofdstuk 2.
De tweede deelvraag ziet op de Europese regelgeving die de Nederlandse wetgever in acht moet nemen: wat is het Europese kader voor een preventieve herstructureringsprocedure? In hoofdstuk 3 behandel ik deze deelvraag.
De derde en laatste deelvraag ziet op buitenlands recht: wat is de positie van aandeelhouders bij Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures en op welke wijze biedt het Engelse en Duitse recht inspiratie voor het Nederlandse recht?1 Deze deelvraag wordt in de hoofdstukken 4, 5 en 6 behandeld.