De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.3.6.b:2.3.6.b Intrekking van de 403-verklaring en beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/2.3.6.b
2.3.6.b Intrekking van de 403-verklaring en beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250292:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De moedermaatschappij kan haar 403-verklaring intrekken door een daartoe strekkende verklaring te deponeren.1 Zij blijft dan aansprakelijk voor de schulden die voortvloeien uit de rechtshandelingen die de 403-maatschappij heeft verricht tot het moment dat de moedermaatschappij tegenover de crediteur een beroep kan doen op de intrekking.2 De moedermaatschappij kan deze overblijvende aansprakelijkheid jegens een crediteur beëindigen als aan vier cumulatieve voorwaarden wordt voldaan.3 Hiervoor is vereist dat de groepsband tussen de moeder- en de 403-maatschappij is verbroken. Daarnaast moet een mededeling van het voornemen om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen twee maanden ter inzage hebben gelegen bij het handelsregister. Voorts dienen er twee maanden te zijn verlopen na de aankondiging in een landelijk verspreid dagblad dat en waar deze mededeling ter inzage ligt. Tot slot mag tegen het voornemen tot beëindiging geen verzet zijn ingesteld door de crediteur, dan wel moet diens verzet zijn ingetrokken of door de rechter ongegrond zijn verklaard. Een crediteur die verzet heeft ingesteld, heeft onder omstandigheden recht op een vervangende waarborg.
De intrekking van de 403-verklaring en de beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid komen uitgebreid aan de orde in hoofdstuk 7, respectievelijk hoofdstuk 8.