De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.c:6.3.3.c Duiding van de 403-vordering als een dynamische vordering en analoge toepassing van art. 6:142 BW
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.3.3.c
6.3.3.c Duiding van de 403-vordering als een dynamische vordering en analoge toepassing van art. 6:142 BW
Documentgegevens:
mr. E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
mr. E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250204:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie § 6.3.3.b.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De duiding van de 403-vordering als een dynamische vordering en de analoge toepassing van art. 6:142 BW ten aanzien van deze vordering, zijn beide varianten op de duiding als een hoofdelijke vordering. Dit betekent dat dezelfde rechtsgevolgen gelden als bij de duiding van de 403-vordering als een hoofdelijke vordering, behalve dat slechts degenen met een vordering op de 403-maatschappij een beroep kunnen doen op de 403-verklaring en uit dien hoofde een vordering hebben op de moedermaatschappij, respectievelijk dat de overgang van de vordering op de 403-maatschappij met zich brengt dat ook de 403-vordering mee overgaat. Beide bijzonderheden van deze duidingen van de 403-vordering zijn echter niet relevant als de 403-maatschappij met de crediteur is overeengekomen dat zij pas na een bepaald moment hoeft na te komen, indien aan de 403-maatschappij uitstel van betaling is verleend, of als de 403-maatschappij de nakoming van haar verplichting opschort. In die gevallen gelden daarom de rechtsgevolgen overeenkomstig de duiding van de 403-vordering als een hoofdelijke vordering.1 Dit betekent dat de moedermaatschappij pas na het overeengekomen moment hoeft na te komen, maar dat zij geen beroep kan doen op het verleende uitstel van betaling of de opschorting van de nakoming.