De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.4.2:6.4.2 Overeengekomen moment van nakoming, uitstel van betaling en opschorting van nakoming
De aansprakelijkheid op grond van een 403-verklaring (IVOR nr. 122) 2021/6.4.2
6.4.2 Overeengekomen moment van nakoming, uitstel van betaling en opschorting van nakoming
Documentgegevens:
E.A. van Dooren, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
E.A. van Dooren
- JCDI
JCDI:ADS250443:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als de 403-maatschappij gebruikmaakt van de jaarrekeningvrijstelling van het groepsregime kan een crediteur de jaarrekening van de 403-maatschappij niet inzien. De crediteur wordt voor dit gebrek aan inzicht gecompenseerd doordat hij op grond van de 403-verklaring ook een vordering krijgt op de moedermaatschappij van wie hij de geconsolideerde jaarrekening wel kan inzien.1 Kort gezegd wordt de crediteur gecompenseerd voor het feit dat hij een vordering heeft op een debiteur – de 403-maatschappij – van wie hij de jaarrekening niet kan inzien, met een aanvullende vordering op een andere debiteur – de moedermaatschappij – van wie hij de geconsolideerde jaarrekening wel kan inzien. Voor het overige moeten de verhaalsrechten van de crediteur op de 403-maatschappij en de moedermaatschappij zo veel mogelijk hetzelfde zijn. Als de 403-maatschappij en de crediteur zijn overeengekomen dat eerstgenoemde pas na een bepaald moment aan haar verplichting hoeft te voldoen, dan moet dit volgens het door mij bepleite uitgangspunt voor compensatie daarom ook gelden voor de moedermaatschappij. Een andere uitkomst leidt ertoe dat de crediteur de bepaling ten aanzien van het moment van nakoming door de 403-maatschappij kan omzeilen door zich op de moedermaatschappij te verhalen.
Bovenstaande redenering is ook van toepassing als de crediteur uitstel van betaling heeft verleend aan de 403-maatschappij of als de 403-maatschappij de nakoming van haar verplichting opschort omdat de crediteur een opeisbare vordering – van de 403-maatschappij – jegens hem niet nakomt.2 Ook in die gevallen is de moedermaatschappij (tijdelijk) niet gehouden haar verplichting op grond van de 403-verklaring na te komen.