Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.2.d:d. Toch nog onduidelijkheid?
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/1.II.B.2.d
d. Toch nog onduidelijkheid?
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS476143:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wie dacht dat, na voorgaande uitvoerige bespreking, alle facetten van de toetredersregeling thans volkomen duidelijk zijn, komt bedrogen uit. De minister stelt namelijk in de Nota van Toelichting bij het besluit herverkaveling, na een bespreking van de vereisten voor een kavelruil, het volgende:
“(…) overeenkomsten die buiten een kavelruil om tussen twee partijen kunnen worden afgesloten vallen hierbuiten.”1
Dergelijke overeenkomsten vallen, aldus de minister, niet binnen de wettelijke kaders voor kavelruil. Een kavelruil mag derhalve niet worden gebruikt als ‘vergaarbak’ voor allerlei los van elkaar staande transacties, die onderling geen enkele connectie hebben. Menig ervaren kavelruil-practicus herkent in deze woorden onmiddellijk de ‘toverformule’ uit de inleiding van de Instructie Kavelruil2 Daar waren immers de volgende woorden opgenomen:
“De strekking van de wet is evenwel niet om bij koop-verkooptransacties de notariskosten zonder meer te subsidiëren. Aan een kavelruil, waarin koop- en verkooptransacties zijn opgenomen die los staan van het ruilproces en die even goed plaats kunnen vinden buiten kavelruil, zal derhalve geen goedkeuring worden verleend.”
Met Preller3 ben ik van mening dat de betekenis van deze ‘mantra’s’ zonder gemotiveerde toelichting onbegrijpelijk zijn: iedere transactie die onderdeel uitmaakt van een kavelruilovereenkomst kan immers ook daarbuiten worden afgesloten, bijvoorbeeld in de vorm van koop of als ruil in de zin van 7:49 BW. De toetredersregeling die, zoals zojuist betoogd, de voordeur wijd openzet voor partijen die ‘mee willen liften’ op de kavelruil, zou nu via een achterdeur tot beperkingen leiden. Indachtig de woorden van de minister acht ik de civielrechtelijke regeling van de kavelruil zoals opgenomen in artikel 85-88 WILG en artikel 31a BUG voldoende onderscheidend, zodat voor een aanvulling, die enkel zal leiden tot discussies in de praktijk, geen goede reden bestaat.
Vooral wanneer bedacht wordt dat de ‘losse koop-verkooptransacties’ waarop de minister doelt onder het regime van de Landinrichtingswet niet werden toegestaan vanuit subsidiërings-perspectief zijn uitgezonderd van deelname aan de kavelruil, is ongewijzigde en niet-gemotiveerde opname van deze beperkende voorwaarde in een Nota van Toelichting op een AMvB bij de WILG, onbegrijpelijk. Onder het regime van de WILG is subsidiëring een provinciale aangelegenheid, zodat het (indachtig de decentralisatie-filosofie) aan de provincies is om ‘losse koop-verkooptransacties’ al dan niet te subsidiëren. Civielrechtelijk voldoen dergelijke transacties volledig aan de minimumvereisten uit de WILG. De wetgever dient mijns inziens derhalve over te gaan tot het geven van een adequate toelichting op de geformuleerde beperkende voorwaarde of dient de voorwaarde geheel te schrappen casu quo te herroepen. De praktijk is gebaat bij duidelijkheid op dit punt, opdat de (civielrechtelijke) grenzen van de kavelruil nauwkeurig kunnen worden vastgesteld.