Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/3.5.2
3.5.2 Geheimhouding
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS388501:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. P.F. van der Heijden, J. van der Hulst, or-lid en rechtspositie, Alphen aan de Rijn: Samsom 1995, p. 86.
Zie ook: Sprengers, T&C Ondernemingsrecht Effectenrecht art. 20 WOR aant. 1. R.H. van het Kaar, (Losbl.) Ondernemingsraad artikel 20 aantekening 3. Ondernemingskamer 12 maart 2007, ARO 2007/64, JAR 2007/108, ROR 2007/20, RO 2007/45 (Bolsius). Naar mijn mening zal bij ‘sociale informatie’ eerder sprake zijn van een onrechtvaardige oplegging van geheimhouding dan bij financiële en organisatorische informatie. Zie ook: Sprengers, T&C Ondernemingsrecht Effectenrecht art. 20 WOR aant. 1
In de zaak Bolsius overweegt de Ondernemingskamer bijvoorbeeld dat het opleggen van geheimhouding met betrekking tot een concept sociaal plan – die door de or is geaccepteerd – onaanvaardbaar is. “Die geheimhouding heeft immers verhinderd dat – juist waar het de gevolgen van het voorgenomen besluit voor de werknemers en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen betreft – de cor die werknemers heeft geconsulteerd en heeft hem aldus belet een wezenlijk onderdeel van zijn taak in het kader van het recht op medezeggenschap en het adviesrecht adequaat te vervullen.” Ondernemingskamer 12 maart 2007, ARO 2007/64, JAR 2007/ 108, ROR 2007/20, RO 2007/45 (Bolsius).
Een beroep op het niet (tijdig) kunnen raadplegen van de achterban in verband met de geheimhouding wordt overigens niet snel gehonoreerd door de Ondernemingskamer. Zie bijvoorbeeld Ondernemingskamer 20 oktober, ARO 2005, 191, 2005, JAR 2005/283, ROR 2006/5 (Security Services Holding) waarin de geheimhouding enkele dagen voor de uiterlijke adviesdatum – op verzoek van de or – werd opgeheven.
Zie Ondernemingskamer 23 maart 2000, JAR 2000/81, JOR 2000/123 (Verenigde Tankrederij Holding).
Geschillencommissie Fusiegedragsregels 7 januari 2008, JOR 2008/32 (ABN Amro/de Unie).
Om te voorkomen dat onder meer concurrentie- en koersgevoelige informatie vroegtijdig openbaar wordt gemaakt, bevatten de WOR en de FGR een geheimhoudingsregeling. Art. 20 WOR en art. 7 FGR belemmeren de werknemersvertegenwoordigers de informatie die zij van bieder en doelwitvennootschap hebben verkregen te delen met achterban, pers of publiek. De ondernemer kan er belang bij hebben dat informatie zo lang mogelijk geheim wordt gehouden, bijvoorbeeld om imagoschade of concurrentie te voorkomen of om rechten op privacy van derden te beschermen.1 De geheimhoudingsverplichting van art. 20 WOR ziet op (i) alle zakenen bedrijfsgeheimen die ondernemingsraadleden in hun hoedanigheid vernemen (ii) aangelegenheden waarvoor de ondernemer de or expliciet geheimhouding heeft opgelegd en (iii) aangelegenheden waarvan ondernemingsraadsleden – in verband met de opgelegde geheimhouding – het vertrouwelijke karakter moeten begrijpen. Een geheimhouding in verband met een fusie of overname zal in het algemeen onder de tweede categorie vallen. In het algemeen moet worden aangenomen dat de ondernemer terughoudend zal moeten aangaan met het opleggen van geheimhouding.2 De or heeft op grond van art. 20 lid 7 WOR de mogelijkheid beroep in te stellen tegen een opgelegde geheimhouding. In geval van geheimhouding ten aanzien van concurrentie- of koersgevoelige informatie bij een fusie of overname, zal een geheimhoudingsverplichting mijns inziens snel gerechtvaardigd zijn. Overigens zal de geheimhouding breder kunnen worden opgelegd dan alleen koers- en concurrentiegevoelige informatie, met dien verstande dat terughoudendheid moet worden betracht bij informatie over de sociale gevolgen.3 De toets die de rechter hanteert is of de ondernemer bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid tot de geheimhouding heeft kunnen besluiten. De geheimhoudingsverplichting belemmert de or – bijvoorbeeld in het overleg met de achterban4 – maar leidt er ook toe dat veelinformatie beschikbaar kan worden gesteld. Uit jurisprudentie van de Ondernemingskamer volgt dat (mede) vanwege de geheimhoudingsverplichting de ondernemer niet snel informatie mag achterhouden met een beroep op de concurrentie-gevoeligheid.5
Art. 7 van de Fusiegedragsregels bepaalt in het eerste lid dat de kennisgeving van art. 4 geheim is, tenzij schriftelijk anders is bepaald. Voor de gegevens die op grond van dit artikel moeten worden verstrekt, geldt dat de geheimhouding van te voren moet zijn verzocht (art. 7 lid 2 FGR). Deze laatste bepaling wordt door de geschillencommissie ruim uitgelegd. Hieronder vallen niet alleen gegevens die in het kader van art. 4 FGR moeten worden verstrekt, maar alles wat tijdens de bespreking ter sprake komt.6 Zelfs het geven van sfeertekeningen kan onder de geheimhoudingsverplichting vallen. De Commissie stelt verder dat de geheimhoudingsverplichting niet beperkt is tot koersgevoelige informatie. Opvallend is dat de geheimhoudingsverplichting van de FGR alleen verwijst naar art. 4 en niet naar de voorafgaande kennisgeving van art. 3 (zie hierover meer in paragraaf 3.5.3).