De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.3:6.1.3 Niveau en inhoud van het examen
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1.3
6.1.3 Niveau en inhoud van het examen
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949675:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat is beschreven welke vorm het examen in een bepaalde sector aanneemt, wordt onderzocht op welke inhoud en op welk niveau de leerling geëxamineerd wordt. De kern van het examen is immers de vraag of de student voldoende kennis, inzicht of vaardigheden heeft verworven. Om dit te bepalen wordt doorgaans vooraf bepaald welk niveau de student dient te bereiken of welke stof de student dient te beheersen. Net als bij het opstellen van het examen, kunnen de inhoud en het niveau van het examen bepaald worden door twee actoren. Namelijk het bevoegd gezag en de leraar of de overheid. Indien het examen van overheidswege wordt opgesteld, stelt de overheid doorgaans ook de inhoud of het niveau van het examen vast. Bij een door de leraar of het bevoegd gezag vormgegeven examen kan het zo zijn dat zij ook de inhoud en het niveau van het examen vaststellen. Het kan echter ook zo zijn dat zij het examen vormgeven, maar dat de te examineren stof en het niveau dat het examen dient te toetsen van overheidswege vastgesteld worden. In bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs wordt het examenprogramma vastgesteld door de minister, maar heeft het bevoegd gezag de ruimte dit nader in te vullen. Om de autonomie van de leraar bij het afnemen van examens te bepalen, is het van belang te weten in welke mate hij de inhoud en het niveau van het examen (mede) kan bepalen.