De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1:6.1 Inleiding
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949610:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om preciezer te kunnen bepalen in hoeverre een leraar aanspraak kan maken op autonomie, moet naar een specifieke situatie gekeken worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de autonomie van de leraar bij het nemen van examenbeslissingen in de verschillende sectoren. Meer specifiek wordt gekeken naar het schooladvies in het primair onderwijs, het school/instellings- en centraal examen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en de tentamens in het hoger onderwijs. Elke vorm van onderwijs wordt afgesloten met een examen dat de kennis, inzicht en vaardigheden van de leerling toetst. Aangezien een dergelijk examen vaak leidt tot een diploma, is het voor zowel het bevoegd gezag, de leerling als de maatschappij van groot belang. Zoals toegelicht in § 4.5.5 wordt het eindniveau van de leerling immers betrokken bij het onderwijstoezicht, leidt het examen tot een diploma met civiel effect voor de leerling en wordt er in de maatschappij op vertrouwd dat het diploma een zekere waarde vertegenwoordigt.
Het examen kan verschillende vormen aannemen. Denk bijvoorbeeld aan het school- en centraal examen in het voortgezet onderwijs en het schooladvies in het primair onderwijs. De wijze waarop geëxamineerd wordt, verschilt niet alleen per onderwijssector, maar ook per school. De rol van de leraar bij de examinering verschilt eveneens, net als de mate waarin hij aanspraak kan maken op autonomie. Om zijn autonomie bij het afnemen en beoordelen van examens in kaart te brengen, moet dan ook worden gekeken naar de specifieke omstandigheden waaronder het examen wordt afgenomen. In dit hoofdstuk wordt per onderwijssector onderzocht hoe een examen wordt afgenomen en beoordeeld. Ook wordt bekeken in hoeverre de school en de leraar ruimte hebben om hier zelf keuzes in te maken. In dit hoofdstuk wordt de volgende vraag beantwoord: in hoeverre komt aan de leraar autonomie toe bij het nemen van examenbeslissingen.
Om te bepalen in welke mate de leraar autonomie heeft bij het afnemen en beoordelen van een examen, moet eerst uiteengezet worden hoe dit examen tot stand komt. Hiertoe worden in dit hoofdstuk de verschillende examens op basis van zes aspecten onderzocht.
Historische context
Vorm en vormgever van het examen
Niveau en inhoud van het examen
Beoordeling van het examen
Diploma en civiel effect
Rol van de leraar
Alvorens in te gaan op de verschillende examens worden de hiervoor genoemde aspecten uitgebreider beschreven.
6.1.1 Historische context6.1.2 Vorm en vormgever van het examen6.1.3 Niveau en inhoud van het examen6.1.4 Beoordeling van het examen6.1.5 Diploma en civiel effect6.1.6 Rol van de leraar en de examinator