Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/4.3.1.0
4.3.1.0 Introductie
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie Asser/Maeijer (2000), p. 621.
Wet van 12 juni 2008, Stb. 2008, 243.
Ook in de aard van de overeenkomst van opdracht schuilt een onafhankelijkheidswaarborg voor de accountant. Juridisch bezien is een accountant weliswaar gehouden gehoor te geven aan de aanwijzingen van zijn opdrachtgever; deze aanwijzingen moeten op grond van art. 7:402 BW 'verantwoord' zijn. In de schriftelijke behandeling in de Eerste Kamer van dit gedeelte van het Burgerlijk Wetboek zijn voorbeelden gegeven van onverantwoorde aanwijzingen. Het geven van een aanwijzing die een advocaat zou nopen tot het handelen in strijd met de voor zijn beroepsgroep geldende gedragsregels, is een dergelijk voorbeeld (zie EK 17779, nr. 95a en nr. 95b, p. 2). Dit voorbeeld is rechtstreeks toepasselijk op de verhouding tussen de accountant en diens beroepsregels. Bovendien kent de wet de opdrachtnemer de mogelijkheid toe de overeenkomst te ontbinden 'wegens gewichtige redenen', wanneer hij redelijke gronden kan aanvoeren om de aanwijzingen niet op te volgen (7:402 lid 2 BW). Gevraagd worden te handelen in strijd met wettelijke voorschriften omtrent de eigen beroepsgroep lijkt mij zo'n redelijke grond. Een accountant die een onverantwoorde aanwijzing van zijn opdrachtgever niet in acht neemt, handelt dus rechtmatig. Er zou zelfs kunnen worden geredeneerd dat een accountant die aan een dergelijke aanwijzing gehoor geeft, onrechtmatig handelt.
Zie bijvoorbeeld Zie TK 28244 nr. 10 (Schaduwen opgelicht: strooigoed van waarde, in: Casuïstiek uit de Bouwnijverheid. Deelproject 3 van de parlementaire enquête Bouwnijverheid.) , p. 327.
Aanbeveling 14 van de enquêtecommissie ziet vooral op het scheiden van controle- en forensische werkzaamheden. Zie TK 28244 nr. 6, p. 306-307.
Voor het kunnen vervullen van zijn controletaak is het noodzakelijk dat de accountant zich onafhankelijk van zijn controleobject moet kunnen opstellen. Hij moet de ruimte hebben om zelfstandig — zonder druk te ervaren — tot conclusies op grond van zijn onderzoek te komen. De kern van de onafhankelijkheidsproblematiek is dat controleobject en opdrachtgever niet te scheiden zijn. Naast zijn "maatschappelijke verantwoordelijkheid"1 moet de accountant dus ook rekening houden met zijn positie van inwisselbare dienstverlener.
Aan deze problematiek is enigszins tegemoet gekomen door een toevoeging aan art. 2:393 BW.2 Lid 2 van dit artikel bepaalt thans dat de opdracht aan de accountant alleen kan worden ingetrokken "om gegronde redenen". Het artikellid geeft daarbij aan dat een "meningsverschil over methoden van verslaggeving of controlewerkzaamheden" niet tot deze redenen kan behoren. Bovendien moeten het betrokken ondernemingsbestuur en de accountant de Autoriteit Financiële Markten onverwijld in kennis stellen van de intrekking van de opdracht en zijn zij verplicht hiervoor "een afdoende motivering" te geven.3
De praktische kant hiervan zou echter wel kunnen zijn dat een accountant die weigert de aanwijzingen van zijn opdrachtgever te volgen bij een volgende controle zou kunnen worden ingeruild. Na afloop van een overeenkomst van opdracht staat het de opdrachtgever immers vrij voor de concurrentie te kiezen. Deze praktische problematiek wordt versterkt door de omstandigheid dat accountants vaak meerdere opdrachten uitvoeren bij dezelfde opdrachtgevers. Naast de wettelijk verplichte controle van de jaarrekeningen verrichten accountants soms allerhande goedbetaalde advieswerkzaamheden.4 Bij het eventueel verstoord raken van de verhouding met zijn opdrachtgever staat daardoor voor de accountant vaak meer op het spel dan het mogelijke toekomstige verlies van een controleopdracht. Om juist deze problematiek het hoofd te kunnen bieden, heeft de parlementaire enquêtecommissie Bouwnijverheid — vooralsnog tevergeefs — aanbevolen een striktere scheiding aan te brengen tussen controlewerkzaamheden en bepaalde overige werkzaamheden van accountants.5