De ex-werknemer
Einde inhoudsopgave
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.10:6.10 Conclusies
De ex-werknemer (MSR nr. 83) 2023/6.10
6.10 Conclusies
Documentgegevens:
Vincent Gerlach, datum 10-11-2022
- Datum
10-11-2022
- Auteur
Vincent Gerlach
- JCDI
JCDI:ADS687266:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Medezeggenschap wordt in de praktijk vormgegeven en wijzigingen van de WOR zijn doorgaans slechts een codificatie van regels die tussen de sociale partners op de werkvloer al gemeengoed zijn, zo constateerde de wetgever in 2012.1 Dat is niet alleen bij de WOR het geval gebleken, maar in nog veel grotere mate bij de (mede)zeggenschap ten aanzien van pensioenkwesties. Van oudsher is er veel verzet geweest vanuit de werkgevers- en werknemersorganisaties tegen een rol van ex-werknemers binnen de (mede)zeggenschap, wat op zijn zachtst gezegd een vertragende factor is gebleken bij de ontwikkeling van die (mede)zeggenschap.
De ex-werknemer ontbreekt als speler binnen de WOR. Desondanks kan er bijvoorbeeld bij instemmingsplichtige besluiten en ondernemingsovereenkomsten een impact zijn op de ex-werknemer. In dat geval is er dus een medezeggenschapstekort. Mocht een OR bijvoorbeeld een instemmingsrecht toekomen omdat een besluit betrekking heeft op ex-werknemers én werknemers, dan is er ten aanzien van de ex-werknemer een probleem ten aanzien van de legitimiteit (de OR kent geen vertegenwoordigers van ex-werknemers), de verschillende belangen (tussen werknemers en ex-werknemers) en de taakbegrenzing van de OR (zijn taak is beperkt tot het behartigen van de werknemers en onderneming).
Voor ex-werknemers is een bijzondere systematiek gebouwd, buiten de WOR om, voor pensioenregelingen uitgevoerd door verzekeraars en pensioenfondsen. Het van de grond krijgen van die medezeggenschap bij verzekerde pensioenregelingen is een worsteling gebleken, zonder adequaat resultaat. Vrijwel voldragen lijkt daarentegen nu de vertegenwoordiging van gepensioneerden bij pensioenfondsen. Dat neemt niet weg dat dit niet zaligmakend is. (Mede)zeggenschap van de ex-werknemer via het pensioenfonds is geen totaaloplossing, aangezien de ondernemer/ex-werkgever (binnen de door de wet gestelde grenzen aan wijziging) de inhoud van de pensioenovereenkomst bepaalt en het pensioenfonds daarmee als voldongen feit wordt geconfronteerd, tenzij er sprake is van de pensioenfondsroute. De medezeggenschap ontbreekt bij de premiepensioeninstelling en de buitenlandse uitvoerder (door het ontbreken van een rol van de ex-werknemer in de OR). Totdat de problematiek wordt opgelost, blijft de ex-werknemer voor zijn belangenbehartiging bij alle uitvoerders feitelijk afhankelijk van zijn eventuele vertegenwoordiging via de werknemersverenigingen. Een situatie die ook bij pensioenfondsbesturen bestond, maar daar juist na een decennialange discussie is verlaten.