Einde inhoudsopgave
Beschadigd vertrouwen 2021/6.2
6.2 De aanleg van de Noord/Zuidlijn
G.M. Kuipers MSc, datum 01-09-2021
- Datum
01-09-2021
- Auteur
G.M. Kuipers MSc
- JCDI
JCDI:ADS480666:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitvoerig: Soetenhorst 2018; Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009; Gemeente Amsterdam 2019; Verleg 2012.
‘Plan Stadsspoor’ 1968.
Gemeenteblad 1988, afd. 1, nr. 926; ‘Behoefte aan nieuwe lijn groot’, Het Parool 2 maart 1993; Soetenhorst 2018.
Gemeenteblad 1991, afd. 2; Damen, Het Parool 2 januari 2010.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 24; Soetenhorst 2018.
Gemeenteblad 1996, afd. 1, nr. 731.
Gemeenteblad 1996, afd. 3, nr. 729.
Van Rooy, NRC Handelsblad 13 juni 1997.
‘Amsterdam kan na referendum beginnen aan Noord-Zuidlijn’, De Volkskrant 26 juni 1997.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 25-26.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 25-26.
Gemeenteblad 2002, afd. 1, nr. 514.
Vugts, Het Parool 24 augustus 1999.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 386.
Gemeenteblad 2000, afd. 3, nr. 392; Gemeenteblad 2001, afd. 3, nr. 49.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 17.
Commissie Sorgdrager 2005; Commissie Veerman 2009; Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 27-31.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 51-53.
Commissie Sorgdrager 2005.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 202-203.
Engelen, Het Parool 17 januari 2004.
Rekenkamer Amsterdam 2006.
Gemeenteblad 2004, afd. 1, nr. 628.
Gemeenteblad 2005, afd. 1, nr. 520; Gemeenteblad 2006, afd. 3A, nr. 155/310; Gemeenteblad 2008, afd. 3A, nr. 199/501.
Gemeentelijke Ombudsman 2008.
Gemeentelijke Ombudsman 6 maart 2009.
Van Klinken, Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) 20 juni 2008; Kikken, ANP 11 september 2008; Beusekamp, De Volkskrant 24 december 2008.
Gemeenteblad 2009, afd. 1, nr. 386.
‘Nieuw debacle bij Noord-Zuidlijn, Herrema treedt af’, Het Parool 19 januari 2009.
Van Bers 2018; Interviews betrokkenen 2019.
Commissie Veerman 2009.
Commissie Veerman 2009, p. 10.
Commissie Veerman 2009, p. 27-28.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009, p. 39.
Enquêtecommissie Noord/Zuidlijn 2009.
Gemeenteblad 2009, afd. 2.
‘Veerman gaat NZ-lijn bewaken’, Het Parool 9 september 2009; Gemeenteraad Amsterdam 2012.
‘Benadering Wiebes was een zegen voor Amsterdam’, De Volkskrant 4 februari 2014.
Soetenhorst 2018.
Gemeenteblad 2009, afd. 1, nr. 385.
Detmar & Sheerazi 2009.
Wiebes 2014.
Gemeenteblad 2010, afd. 3A, nr. 128/294.
Gemeenteblad 2011, afd. 1, nr. 577.
Karman, Het Parool 9 november 2010.
Kwartaalverslag nr. 75 over het vierde kwartaal 2012 2013, p. 9.
‘Weer mijlpaal bouw NZ-lijn’, Het Parool 29 augustus 2011; Boon, NRC Handelsblad 1 december 2012.
‘Noord/Zuidlijn gaat pas rijden in 2018’, Het Parool 8 juli 2016.
‘Dit was de opening van de Noord/Zuidlijn’, Het Parool 23 juli 2018.
Claus, Trouw 22 januari 2019; Kruyswijk, Het Parool 26 september 2018; Gemeente Amsterdam 2019.
‘Rode Loper moet visitekaartje Amsterdam worden’, Het Parool 3 december 2008; Huisman, Het Parool 17 februari 2017.
Soetenhorst, Het Parool 30 juni 2018; wordt ook nog genoemd in Commissie Veerman 2009, p. 18.
Koops, Het Parool 23 december 2017.
Koops, Het Parool 18 oktober 2018; Stil & Koops, Het Parool 7 januari 2019.
Hofman, NRC 13 november 2020.
Kamerstukken II 2020/21, 35570 XIX, nr. 28, p. 5-6.
Duursma, NRC 28 maart 2020.
Niemantsverdriet & Verlaan, NRC 26 mei 2021.
Naar: Dik water. Tunnelboren voor de Noord/Zuidlijn 2013, p. 126-127.
Om de lezer een indruk van de casus te geven, geef ik een beknopte samenvatting van het verloop van de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Ik richt me hier op de hoofdlijnen en leg de nadruk op de schadeveroorzakende gebeurtenissen en hoe hiermee werd omgegaan.1 Ter afsluiting geef ik in figuur 6.2 de belangrijkste ontwikkelingen in de casus weer als tijdlijn, en presenteer ik in figuur 6.3 een kaart waarin wordt weergegeven waar in Amsterdam (diep) werd geboord ten behoeve van het metrotracé.
1968-2002: Besluit tot aanleg
De gemeente Amsterdam overwoog eind jaren ’80 voor het eerst serieus een metrolijn van Noord naar Zuid. Debatten over de aanleg werden gevoerd met de problemen rond de Oostlijn, vooral de Nieuwmarktrellen, nog vers in het geheugen. Er moesten toen huizen worden gesloopt voor de komst van de metro. Om die reden werden de plannen voor een Noord/Zuidlijn, die eigenlijk uit 1968 stammen,2 lang afgehouden. Maar verschillende politieke partijen draaiden begin jaren ‘90 bij, vanuit het argument dat de Noord/Zuidlijn nodig zou zijn om de stad meer toekomstbestendig te maken.3 De randvoorwaarde was dat er geen sloop zou hoeven plaatsvinden, en de aanleg gepaard zou gaan met zo min mogelijk overlast voor de stad en diens bewoners.
De gemeenteraad nam in 1991 een principebesluit dat het project kon worden gestart.4 Hoewel samenwerking met het Rijk werd gezocht voor zowel financiering als projectorganisatie, verliep dit niet voorspoedig. Rijkswaterstaat was niet bereid om de organisatie te dragen, en dus stelde de gemeente zelf een projectorganisatie in, bestaande uit een intern Projectbureau en een extern Adviesbureau.5
In de jaren ’90 stak de gemeentelijke organisatie veel tijd en studie in het bepalen van de route en het verder invullen van de uitvoering van het project. Eind 1996 werd op basis van al dat werk een nieuw principebesluit genomen om de metro te bouwen.6 Daarbij werd tevens een schaderegeling aangenomen door de gemeenteraad, een basis om de verschillende schadeposten te kunnen afhandelen.7 Door het nieuwe besluit konden Amsterdammers een referendum aanvragen over het onderwerp.8 Die vond dan ook plaats in 1997. De uitslag was negatief: 65% van de stemmers was tegen de aanleg van een Noord/Zuidlijn. Maar omdat de opkomst bijzonder laag was (22%) en de opkomstdrempel niet werd gehaald, kon de gemeente het advies naast zich neerleggen.9
Het volgende probleem voor het gemeentebestuur was de financiering. De gemeente wilde het project bouwen met subsidie van het Rijk. Tot dan toe was de verdeling voor dergelijke grootschalige projecten dat de Rijksoverheid 95% van de kosten betaalde, ongeacht de tegenvallers.10 Minister van Verkeer en Waterstaat (V&W) Netelenbos koos echter voor een lumpsumbetaling, ondanks protesten vanuit de gemeente.11 Hierdoor zou de gemeente alle kostenoverschrijdingen moeten opvangen.
In de herfst van 2002 werd het go-besluit genomen door de gemeenteraad.12 In de aanloop naar dat besluit was invulling gegeven aan de Schaderegeling uit 1996; een Schadebureau was ingesteld,13 een bijdrageregeling vastgesteld voor casco- en funderingsherstel,14 en ook was een nieuwe verordening opgesteld waarlangs nadeelcompensatie en planschade naar aanleiding van de Noord/Zuidlijn zou worden verstrekt.15 De bouw van de Noord/Zuidlijn ving aan in april 2003.16
2003-2008: Start bouw
Het project ging vanaf de start gemoeid met veel problemen. Onderzoeken achteraf wezen uit dat de projectorganisatie vanaf het begin ‘weeffouten’ bevatte waardoor er onvoldoende realiteitszin was, en te weinig verantwoordelijkheid werd genomen door de betrokken actoren – zowel bestuurders als ambtenaren. De gebrekkige relatie tussen het Project- en Adviesbureau speelde daar een grote rol in.17 Hiernaast was een belangrijk knelpunt de contracten die de gemeente met de aannemers had gesloten, waardoor risico’s voor rekening van de gemeente kwamen; dit had de gemeente voor lief genomen omdat de aanbesteding erg moeilijk verliep. Al snel werd de gemeente geconfronteerd met claims van de bouwers voor hun meerwerk.18 Bovendien kon de gemeente bij de start van het project niet aan verzekeringen komen om (verdere) risico’s te dekken, vanwege de marktomstandigheden. De gemeente besloot ‘zelf te verzekeren’, oftewel de risico’s zelf te dragen.19 Alle financiële tegenvallers kwamen, door de wijze van subsidiëren vanuit het Rijk, voor risico van de gemeente. Deze begrotingstegenvallers zetten het project in toenemende mate onder (politieke) druk. In 2005 stelde het gemeentebestuur daarom de Commissie Sorgdrager in, die kritisch was over onderdelen van de projectorganisatie maar niet vernietigend over het project als geheel.20 Het rapport resulteerde in veranderingen binnen de beheersingsstructuur van de projectorganisatie.21
Ondertussen ontstond door de bouw overlast voor de omwonenden van de bouwplaatsen.22 Het Schadebureau en de toepassing van de verordening nadeelcompensatie moesten nog ‘opstarten’ en de regeling bleek eigenlijk slechts door ondernemers te worden gebruikt.23 In aanvulling op het bestaande schadebeleid kwam de gemeente in 2004 daarom met leefbaarheidsmaatregelen en een maandelijkse tegemoetkoming voor bepaalde omwonenden.24 De regeling over tegemoetkomingen werd later meermaals aangevuld en ook van toepassing verklaard voor andere groepen omwonenden.25
2008-2009: Verzakkingen en advies Commissie Veerman
De grootste klap voor de omgeving moest nog komen: in de zomer van 2008 verzakten enkele woningen aan de Vijzelgracht.26 De bouw werd enkele maanden stilgelegd, maar toen deze in september weer werd opgestart, verzakten nog meer huizen.27 De onmiddellijke afhandeling van de verzakkingen en bijbehorende schade was volgens de Gemeentelijke Ombudsman ronduit slecht. Ook in de media was bijzonder veel aandacht voor de verzakkingen en hoe de gemeente met de omwonenden omging.28 Bovendien hielden de kostenstijgingen aan; mede doordat de bouw naar aanleiding van de verzakkingen bijna een jaar werd stilgelegd.29 De tegenslagen leken de druppel die de emmer deed overlopen. De verantwoordelijk wethouder trad af.30 Het college van burgemeester en wethouders (B&W) wilde meer grip op het project krijgen en stelde een commissie in – onder voorzitterschap van Cees Veerman, een oud-minister die net succesvol de Deltacommissie had geleid31 – die in alle vrijheid de alternatieven moest doornemen: moest de Noord/Zuidlijn nog wel worden afgemaakt?
Het in juni 2009 uitgebrachte advies van deze Commissie Veerman32 kan worden gezien als een belangrijk beslismoment in de geschiedenis van de metrolijn. Het advies was om de bouw van de Noord/Zuidlijn inderdaad door te zetten, maar wel met veel herbezinning. Door alle tegenslagen werd duidelijk dat het project pas in 2017 zou worden afgerond, terwijl bij de start (het go-besluit in 2002) werd gerekend op een oplevering in 2011. Daarmee was volgens de Commissie geen sprake meer van ‘gebruikelijke’33 overlast voor de burger. De Commissie deed dan ook aanbevelingen gericht op het verbeteren van de relatie met de omgeving: de gemeente moest beter communiceren, zich ruimhartiger opstellen in de schadeafhandeling en de bouwomgeving voor omwonenden zo veel mogelijk normaliseren.34 Hiernaast richtten de aanbevelingen zich op het verbeteren van de projectorganisatie, het correct(er) omgaan met technische risico’s, en het beheersbaar houden van de verdere uitvoering van de aanleg van de Noord/Zuidlijn.
In 2009 besloot de gemeenteraad tevens tot een raadsenquête, die eind dat jaar werd afgerond en vernietigend oordeelde over de oorspronkelijke voorbereiding van het besluit: het college van B&W had in 2002 het besluit over de Noord/Zuidlijn ‘niet aan de raad mogen voorleggen’, en de gemeenteraad ‘had het besluit niet mogen nemen.’35 Aangezien het rapport van de Commissie Veerman inmiddels een koerswijziging had ingezet en duidelijk was dat doorgaan de enige optie bleek, vielen de politieke en ambtelijke aanbevelingen van de raadsenquête mee. Zij waren vooral gericht op financiën en bestuurlijke aansturing: de regeling risicovolle projecten werd op het project van toepassing verklaard, er werd een aanvullende verzekering afgesloten en er volgde een kritisch debat over toekomstige booroperaties in gemeentegrond.36
2009-2016: Hernieuwde energie in het project
Het project ging vanaf de zomer van 2009 op nieuwe voet verder. De gemeenteraad besloot naar aanleiding van het advies van de Commissie Veerman op 1 juli 2009 de Noord/Zuidlijn af te bouwen.37 Er werd een Projectcommissariaat aangesteld om de voortgang te bewaken en een Verbindingsregisseur om bruggen te slaan tussen burgers en bestuur.38 Ook de gemeenteraadsverkiezingen en de in mei 2010 aangetreden wethouder Wiebes brachten nieuwe energie in het project.39 Het bestuurlijk en ambtelijk apparaat volgde de adviezen van de Commissie Veerman op en besteedde veel meer tijd en aandacht aan het versterken van de projectorganisatie (dat werd de Dienst Noord/Zuidlijn), risicomanagement, en aan omgevingscommunicatie en -management.40
De nieuwe strategie werd om ruimhartig op te treden richting gedupeerde bewoners en ondernemers. Overlast en schade moest zo veel mogelijk worden voorkomen, en anders zo goed mogelijk gecompenseerd. Volgens de Commissie Veerman – en de gemeente, die het advies ter harte nam41 – kon het vertrouwen van de Amsterdammers alleen worden herwonnen als er sprake was van ‘openheid en realisme in de communicatie’.42 De gemeente werd veel transparanter over de voortgang van het project.43 De tegemoetkomingsregeling werd coulanter,44 en ook de verordening over nadeelcompensatie werd gewijzigd zodat meer omwonenden en ondernemers hier gebruik van konden maken.45
De nieuwe strategie bleek bijzonder succesvol. Er waren geen grote technische problemen; noemenswaardig is nog wel het raken van een riolering, waardoor tijdelijk een bovengrondse riolering moest worden aangelegd46 en een verzakking op – wederom – de Vijzelgracht.47 Zowel omwonenden als de verdere stad leken gecharmeerd van de nieuwe aanpak. In de media kwam ook aandacht voor de (bouw-)successen in plaats van enkel voor de tegenstand.48
2017-heden: Afronding, oplevering en toekomstplannen
Ook in de afbouwfase van het project vonden nog wat technische problemen plaats. Bovendien gingen twee toeleveringsbedrijven failliet. De uiteindelijke startdatum van de lijn werd nog een laatste keer verplaatst, van oktober 2017 naar juli 2018.49
Op 21 juli 2018 was het dan zover: de Noord/Zuidlijn ging eindelijk van start.50 Er wordt goed gebruikgemaakt van de metroverbinding.51 De overlast voor bewoners was overigens niet voorbij toen de metro eenmaal ondergronds lag: onder de noemer de Rode Loper52 zou er nog jarenlang worden gewerkt aan de aanblik, leefbaarheid en veiligheid van de route waar de Noord/Zuidlijn onderdoor loopt, van het Damrak door de binnenstad naar de Ferdinand Bolstraat.
Bovendien werd door de (uiteindelijk) succesvolle afronding van de Noord/Zuidlijn de vraag gesteld of de metrolijn niet verder zou moeten worden getrokken. Bij de start van het project, in de jaren ’90, was men van plan om de lijn door te trekken tot Amstelveen en Schiphol, als toevoeging aan het Randstedelijke openbaar vervoer.53 Dit was niet doorgegaan vanwege de extra kosten die dat met zich mee zou brengen (nog bovenop de bestaande kostenoverschrijdingen).54 Nu de metrolijn rijdt, klinkt die oproep weer,55 zeven regionale partners hebben reeds budget vrijgemaakt.56 Het Rijk reserveert een bijdrage van maximaal € 1,5 miljard vanuit het Nationaal Groeifonds.57 Het is nog onduidelijk op welke wijze deze plannen uitwerking zullen krijgen, en in hoeverre zij zullen worden beïnvloed door de coronacrisis, perikelen rondom de verbouwing van de Zuidas,58 of financieringsproblemen.59
Figuur 6.2 Tijdlijn van de aanleg van de Noord/Zuidlijn, met links belangrijke algemene ontwikkelingen in het project en rechts belangrijke ontwikkelingen in de schadeafhandeling.
Figuur 6.3 Kaart van de route van het metrotracé van de Noord/Zuidlijn, met in kleur de boortracés; in de inzet rechtsonder de locatie van het project in Nederland.60