Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden
Einde inhoudsopgave
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.1.3:2.1.3 De"essentialia" van een overeenkomst
Afgebroken onderhandelingen en gebruik voorbehouden (R&P nr. 173) 2009/2.1.3
2.1.3 De"essentialia" van een overeenkomst
Documentgegevens:
mr. M.R. Ruygvoorn, datum 09-06-2009
- Datum
09-06-2009
- Auteur
mr. M.R. Ruygvoorn
- JCDI
JCDI:ADS303043:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de literatuur wordt algemeen aangenomen dat een aanbod zonder prijsvermelding doorgaans niet zal kwalificeren als een aanbod in juridische zin dat, na aanvaarding, tot een overeenkomst leidt. Zie ook Blei Weissmann, BI, aant. 71, p. 416-426.
Blei Weissmann, BI, aant. 62, p. 381.
Zie ook Ktg. Wageningen 18 oktober 1995, KG 1995, 426, BR 18 november 1983, RvdW 1983 (Van den Berg/Brouwer), 197 en Vznr. Rb. Middelburg 18 augustus 1978, NJ 1979, 591.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een antwoord op de vraag wat als de essentialia van een overeenkomst moeten worden beschouwd, is in het algemeen niet te geven. De aard van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval zijn daarbij doorslaggevend. Zo zal bij een koopovereenkomst met betrekking tot aandelen, de koopprijs zeker tot de essentialia van de koopovereenkomst gerekend moeten worden, terwijl bijv. uit art. 7:405 lid 2 BW volgt dat een overeenkomst van opdracht kan worden aangenomen zonder dat partijen geregeld hebben hoeveel loon de opdrachtnemer voor zijn diensten ontvangt.1 Gedacht moet bij essentialia van een overeenkomst in elk geval worden aan afspraken die de kern van de prestatie raken en zonder welke een overeenkomst niet bestaanbaar is, zoals — in deze twee voorbeelden — de omschrijving van de aandelen (welke aandelen en hoeveel worden er verkocht?) en de opdrachtomschrijving (welke diensten dient de opdrachtnemer te verrichten?). De lacunes die zijn overgebleven (Blei Weissmann2 spreekt van "witte plekken") dienen vervolgens door rechtshandelingen van partijen (die over de invulling van de lacunes met elkaar verder onderhandelen), de wet, gewoonte en redelijkheid en billijkheid verder te worden ingevuld. Om te bepalen welke onderwerpen een aanbod beoogt te regelen (en daarmee om de reikwijdte van het aanbod vast te stellen) dient aansluiting te worden gezocht bij art. 3:35 BW. Tal van omstandigheden kunnen in dat verband een rol spelen, waaronder bijv. eerdere contractuele relaties, voorbereidende of eerdere onderhandelingen, gebruik of gewoonte en verstrekte gegevens.3 In feite betreft het hier evenwel een voorvraag die eerst onderzocht en beantwoord dient te worden alvorens kan worden vastgesteld of een aanbod voldoende bepaalbaar is en daarmee kwalificeert als een aanbod in juridische zin dat bij aanvaarding leidt tot een overeenkomst.
Ik verwijs in dit verband onder meer ook naar de Unidroit Principals of International Commercial Contracts van het International Institute for the Unification of Private Law (Unidroit). Art. 2.1.14 van de Unidroit Principals luidt als volgt:
"(1)If the parties intend to conclude a contract, the fact that they intentionally leave a term to be agreed upon in further negotiations or to be determined by a third person does not prevent a contract from coming into existence.
(2) The existence of the contract is not affected by the fact that subsequently
the parties reach no agreement on the term; or
the third person does not determine the term,
provided that there is an alternative means of rendering the term definite that is reasonable in the circumstances, having regard to the intension of the parties."
Een aan de vraag naar de bepaalbaarheid van een aanbod gelieerd probleem is dat in een onderhandelingsproces lang niet altijd een eenduidig aanbod valt te herkennen. Partijen onderhandelen vaak geruime tijd over de totstandkoming van een overeenkomst en bereiken gaandeweg op steeds meer punten die zij willen regelen, overeenstemming. Aldus zal er naar mijn mening vaak sprake zijn van een (groot) aantal voorstellen, waarbij ieder voorstel op zichzelf nog niet kwalificeert als een voorstel in juridische zin, omdat zij nog niet voldoende bepaalbaar zijn om bij aanvaarding tot een overeenkomst te leiden. Op enig moment echter zal moeten worden aangenomen dat een volgend aanbod op een deelgebied, dat tezamen met de eerdere (dan reeds aanvaarde) voorstellen, alle essentialia van de overeenkomst die partijen beogen te sluiten, "dekt", als een voldoende bepaalbaar aanbod kan worden gezien. Dat wil zeggen (en dat als extra complicerende factor): indien de onderhandelingspartner dit aanbod dan ook als een tot hem gerichte verklaring van die strekking heeft mogen opvatten. Dit laatste hoeft lang niet altijd het geval te zijn, ook al is het aanbod op zich voldoende bepaalbaar. Te denken valt bijv. aan de situatie dat voor de onderhandelingspartner van degene die uiteindelijk het in voldoende mate bepaalbare aanbod heeft gedaan, redelijkerwijs duidelijk moet zijn, dat diegene eerst ook over nog enkele (in relatie tot het geheel van afspraken ondergeschikte) deelonderwerpen overeenstemming wenst te bereiken, alvorens zich te willen binden.