De woon- en vestigingsplaats in de BTW
Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.5.5.1:3.5.5.1 Flexibiliteit als uitgangspunt bij de verdeling van heffingsbevoegdheden
Archief
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/3.5.5.1
3.5.5.1 Flexibiliteit als uitgangspunt bij de verdeling van heffingsbevoegdheden
Documentgegevens:
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS395257:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat betreft de plaats van levering van diensten, COM (2003), 822 def., blz. 2.
Voorstel voor een Richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG wat betreft de plaats van levering van diensten, COM (2003), 822 def., blz. 2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een volgend uitgangspunt dat voor de verdeling van heffingsbevoegdheden en voor de invulling van de regels voor de plaats van dienst van belang is, is flexibiliteit. Een gekozen verdeling dient in zekere mate bestand te zijn tegen technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Uit het voorstel voor een Richtlijn tot wijziging van de regels voor de plaats van dienst blijkt onder meer dat de tot 1 januari 2010 geldende hoofdregel, heffing in het land waar de dienstverrichter is gevestigd, inmiddels door de technologische en maatschappelijke ontwikkelingen is achterhaald. De regeling zorgt er niet meer in de meeste gevallen voor dat heffing plaatsvindt in het land van verbruik.1 Ook een regeling die geldt voor specifiek genoemde diensten is weinig flexibel. Vooral niet wanneer deze is gebaseerd op een Europese richtlijn en wijzigingen door alle lidstaten moeten worden goedgekeurd. Indien na verloop van tijd diensten worden verricht die veel gemeenschappelijk hebben met de in die bepaling genoemde diensten en in de wijze van heffing die geldt voor de genoemde diensten zouden moeten delen, kunnen zij niet hetzelfde worden behandeld, omdat zij niet staan genoemd.2 Vanuit het oogpunt van flexibiliteit zou een algemene regeling die aansluit bij heffing in het land van verbruik naar mijn mening het meest ideaal zijn. Er wordt dan aangesloten bij het verbruik zelf in plaats van een criterium dat heffing in het land van verbruik moet benaderen (zoals heffing in het land waar de dienstverrichter of de afnemer is gevestigd) of fictief heffing in het land van verbruik veronderstelt (heffing in het land waar het vervoermiddel aan de afnemer ter beschikking wordt gesteld, art. 56, eerste lid, btw-richtlijn (tekst vanaf 2010)). Ongeacht welke technologische ontwikkelingen plaatsvinden er zal altijd verbruik zijn en dit verbruik zal men via de omzetbelasting willen belasten. Een algemene regeling is noodzakelijk zodat diensten waaraan bij het tot stand komen van een bijzondere regeling voor bepaalde diensten niet is gedacht of waaraan men niet heeft kunnen denken, omdat de vorm van dienstverlening pas later is ontstaan, hetzelfde worden belast als de diensten waar men wel aan heeft gedacht en die soortgelijk zijn. Ook een algemene regeling gebaseerd op heffing in het land van besteding kan vanuit het oogpunt van flexibiliteit worden gehanteerd. Er zullen altijd bestedingen moeten worden gedaan om te kunnen verbruiken.