Prg. 2025/2
Bij nietig huurprijswijzigingsbeding in huurovereenkomst gaat beroep op verjaring niet op, aangezien de vordering van de huurder uit onverschuldigde betaling pas ontstond op het moment dat het oneerlijke beding werd vernietigd.
Rb. Rotterdam 03-10-2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12105
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
3 oktober 2024
- Magistraten
Mr. K.J. Bezuijen
- Zaaknummer
10881949 CV EXPL 24-1351
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Huurbeleid
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Huurrecht / Huurprijzen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2024:12105, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 03‑10‑2024
ECLI:NL:RBROT:2024:7375, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 11‑07‑2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5783, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 23‑05‑2024
- Wetingang
Art. 3:308, 3:309, 6:231, 6:233 aanhef en onder a BW; art. 150, 237 Rv; Richtlijn 93/13/EEG
Essentie
Vermogensrecht. Oneerlijk huurprijswijzigingsbeding is vernietigd waardoor huurder teveel betaalde. Kan verhuurder zich beroepen op verjaring voor deel van vordering?
Nee, aangezien recht van verjaring pas ontstond op moment dat oneerlijk beding werd vernietigd.
Samenvatting
Een woonstichting vorderde ontbinding van de huurovereenkomst woonruimte en betaling van een huurachterstand. Bij tussenvonnis van 23 mei 2024 (gepubliceerd als ECLI:NL:RBROT:2024:5783) is het huurprijswijzigingsbeding in de algemene huurvoorwaarden vernietigd. Het beding stond een verhoging van de huur met het inflatiepercentage toe, plus 5%. De woonstichting is gevraagd om zich uit te laten over de eventuele huurachterstand. De woonstichting heeft bij akte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.