Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/3.2.2
3.2.2 Waardebestemmings- en verrijkingsleer
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS623497:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Slagter 1968, p. 31.
Langemeijer signaleerde dit reeds in zijn dissertatie (1927, p. 145).
Zie ook Langemeijer 1927, p. 145, Linssen 2001, p. 463 en Sagaert 2003, p. 110-111, die in dit verband spreekt van de materialisering van het zakenrecht.
Zie Sagaert 2003, p. 36.
Zie Hammerstein 1977, p. 26; Sagaert 2003, p. 36.
Zie Hammerstein 1977, p. 27.
Zie Sagaert 2003, p. 37.
Zie Sagaert 2003, p. 36, met verdere verwijzingen.
Zie Sagaert 2003, p. 36 en 42.
Zie Sagaert 2003, p. 39-40.
Zie Sagaert 2003, p. 39.
Zie Sagaert 2003, p. 44.
Zie Langemeijer 1927, p. 145; Sagaert 2003, p. 44.
Zie ook Hammerstein 1977, p. 26.
Sagaert (2003, p. 46) merkt op dat de waardebestemmingstheorie niet zozeer de grondslag voor zaaksvervanging verklaart, als wel dat aan het waarde-idee een negatief belang moet worden toegekend bij de afbakening van het toepassingsdomein van zaaksvervanging.
Zie Sagaert 2003, p. 51 met verdere verwijzingen.
Zie Hammerstein 1977, p. 27; Sagaert 2003, p. 48.
Zie Hammerstein 1977, p. 27.
Zie Hammerstein 1977, p. 27-28.
Zie Hammerstein 1977, p. 27-28 en 75. Zie voor kritiek hierop o.a. van Lauriol en Langemeijer: Hammerstein 1977, p. 75. Hammerstein (1977, p. 75-76) en Langemeijer (1927, p. 57) wijzen beiden deze theorie af.
Zie Hammerstein 1977, p. 28.
Zie Hammerstein 1977, p. 30-31.
Zie Hammerstein 1977, p. 28.
Zie Langemeijer 1927, p. 142; Hammerstein 1977, p. 31-33.
Zie Hammerstein 1977, p. 33.
68.
De klassieke leer kon niet iedereen bekoren. De benadering had weinig oog voor het resultaat dat met zaaksvervanging bereikt wordt. Door de toepassing van een fictie bij de realisatie van de vervanging is het toepassingsbereik beperkt, terwijl de wens bestond om zaaksvervanging in ruimere mate toe te kunnen passen. Dit leidde tot nieuwe theorievorming, waarin de economische waarde en het behoud van aanspraken centraal staan. Deze invalshoek sluit aan bij maatschappelijke ontwikkelingen. De nadruk is in de samenleving onder invloed van toegenomen technische mogelijkheden en handel steeds meer komen te liggen op de waarde die een goed vertegenwoordigt.1 Zaken werden gemakkelijker economisch vervangbaar en daardoor werd de vermogenswaarde een belangrijker kenmerk van een goed.2 Waar voorheen een huis vooral een waarde had vanwege zijn fysieke kenmerken en het nut dat daar dagelijks van te verwachten was (onderdak), is de nadruk in de loop der tijden steeds meer komen te liggen op de waarde die het als onroerende zaak vertegenwoordigt in het vermogen van de eigenaar.3
De waardebestemmingstheorie sluit aan bij deze ontwikkeling. Niet de zaak op zich werd centraal gesteld, maar de waarde die de zaak in een vermogen vertegenwoordigde. Bij zaaksvervanging werd hierdoor niet meer gekeken naar de invloed die de vervanging had op de juridische aard en de kenmerken van de betrokken vermogensbestanddelen, maar naar de invloed die de vervanging had op de rechtsverhoudingen die op (de waarde van) de goederen betrekking hadden.4
De eerste concrete stappen in een bij deze ontwikkeling aansluitende theorievorming zijn gezet door Saleilles.5 Zijns inziens draait het er bij vermogens om dat ieder goed een bestemming of doel heeft. Dit volgt uit de bedoeling van partijen. De waarde van de vermogensbestanddelen wordt gekoppeld aan deze bepaalde bestemming en niet aan de goederen als zodanig. De gedachte van zaaksvervanging volgt hieruit vanzelf. Het is een noodzakelijk gevolg dat de nieuwe goederen dezelfde bestemming hebben als de goederen die zijn vervangen.6 Zaaksvervanging werd gezien als een noodzakelijke aanvulling op deze bestemming, omdat zonder deze mogelijkheid de waarde uitsluitend behouden kan blijven door niet over de zaak te beschikken, hetgeen onwenselijk is.7
Deze elementen zijn terug te vinden in de definitie van zaaksvervanging. Het is een rechtsfiguur die ertoe strekt de bestemming te handhaven die aan een bepaalde zaak is gegeven en die erin bestaat dat een nieuw verkregen zaak onderworpen wordt aan dezelfde bestemming als de oorspronkelijke zaak.8 Niet de eigenschappen van een zaak worden overgenomen door het surrogaat, maar het recht gaat over, zodat de rechtsverhouding die op een vermogensonderdeel betrekking heeft, gehandhaafd blijft.9 Zaaksvervanging treedt daarbij alleen op, indien de bestemming de waarde van de zaak betreft, zoals bij zekerheidsrechten. Bij een bestemming in natura, waarbij de materiële kenmerken of het nut van de zaak bepalend zijn, zoals bij het recht van gebruik en bewoning (art. 3:226 BW), is voor zaaksvervanging geen ruimte. Twee toepassingen van zaaksvervanging worden in deze visie algemeen aanvaard: vervanging bij restitutieverplichtingen die betrekking hebben op een juridisch of feitelijk vermogen en vervanging bij bepaalde goederen die onderworpen zijn aan een waardebestemming.10
Het toepassingsbereik van zaaksvervanging wordt in de waardebestemmingstheorie bepaald door de bestemming die partijen aan een goed hebben toegekend. Nu de bestemming beslissend is, zijn een wettelijke basis en restrictieve interpretatie van bestaande bepalingen niet meer nodig.11 Ook kan het onderscheid tussen algemene en bijzondere vervangingen worden opgeheven.12 Het is wel van het grootste belang de bestemming te bepalen. Deze betreft zelden zuiver de zaak in natura of uitsluitend de waarde.13 In de meeste gevallen is sprake van een gemengde bestemming, waarbij zich de vragen aandienen hoe de verhouding tussen de deelbestemmingen moet worden vastgesteld en wat de gevolgen hiervan zijn. Daarnaast geeft de waardebestemming, buiten de volledig op de zaak in natura gerichte bestemming, weinig aanknopingspunten om het toepassingsbereik van zaaksvervanging af te bakenen. Ook voor de technische uitwerking van de vervanging geeft de waardebestemmingstheorie geen houvast,14 waardoor de bruikbaarheid van deze theorie beperkt is.15
69.
Het vooropstellen van het behoud van de vermogenswaarde in het vermogen van de begunstigde geeft zaaksvervanging een nieuw kenmerk. Het vervult een evenwichtsfunctie. Zaaksvervanging waarborgt het evenwicht tussen het vermogen van de begunstigde van de vervanging enerzijds en dat van de debiteur of diens schuldeisers anderzijds, door de zakenrechtelijke status van het oorspronkelijke onderpand te laten voortduren op zijn tegenwaarde.16 De gerichtheid op het behoud dan wel het herstel van het evenwicht komt overeen met de functie die de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking vervult in het verbintenissenrecht. Hiermee wordt indirect gewezen op de redelijkheid en billijkheid als een verklaring voor het optreden van zaaksvervanging.
Demogue en Capitant leggen ook een verband tussen zaaksvervanging en billijkheid en geven een verklaring voor het optreden van bijzondere zaaksvervanging.17 Beiden onderscheiden twee soorten zaaksvervanging. In de eerste soort, waarbij een goed wordt vervreemd door of met toestemming van de rechthebbende, is de waardebestemmingsgedachte van Saleilles te herkennen. Als een goed voor een bepaald doel bestemd is, dan worden door middel van zaaksvervanging de voor dat doel noodzakelijke hoedanigheden van het oude goed overgedragen op het nieuwe.18 Het tweede soort zaaksvervanging treedt op indien een derde over een goed beschikt en dit leidt tot een geldige vervreemding. Evenals de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking beoogt zaaksvervanging de verstoring van het evenwicht, ontstaan door de verrijking van de ene en de verarming van de ander, te herstellen.
Volgens Demogue en Capitant leidt een op billijkheid en ongerechtvaardigde verrijking gebaseerde redenering naar Frans recht noodzakelijkerwijs tot zaaksvervanging.19 Degene die de zaak van een ander vervreemdt, wordt namelijk verrijkt door de ontvangen tegenprestatie en dat leidt tot een verplichting het ontvangene af te staan aan de verarmde oorspronkelijke rechthebbende. Gecombineerd met het Franse stelsel van eigendomsoverdracht zou dit tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke rechthebbende direct rechthebbende wordt van het goed dat in de plaats treedt van het oorspronkelijke goed, zaaksvervanging dus.20 Bij preferente rechten wordt een analoge redenering voorgesteld.21 Het toepassingsbereik van zaaksvervanging wordt volgens Capitant bepaald door het type vervanging. Bij de waardebestemming gerelateerde vervangingen is de techniek beslissend, terwijl bij de verrijking voorkomende vervangingen de billijkheid van doorslaggevend belang is.22
Andere auteurs hebben daarna in verschillende mate aanpassingen aangebracht en op verschillende punten afwijkende theorieën ontwikkeld. Planiol volstond met het aanbrengen van enkele nuanceringen op de theorie van Demogue,23 Bonnecase bepleitte een zo ruim mogelijke toepassing van zaaksvervanging en ziet het als een algemeen aanvaarde rechtsfiguur die op gelijke voet staat met de actie uit ongerechtvaardigde verrijking, misbruik van recht en het leerstuk van veranderende omstandigheden24 en Cerban zocht de grondslag van zaaksvervanging in de verwisselbaarheid van goederen of de wil van partijen, waardoor zaaksvervanging geen verplichtend karakter kon hebben.25