Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.3
17.8.3 Executieverkoop in beheer gegeven aandelen
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370935:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 17.4.2.
Hof Amsterdam (OK) 5 november 2013, ARO 2014/1 (De Baronie), r.o. 3.5.
Zie ook Schmieman, par. 2.3.
Een dergelijke oplossing van aandeelhoudersgeschillen appelleert in mijn ervaring niet aan het rechtsgevoel van rechters. Vgl. Hof Amsterdam (handelskamer) 23 februari 2012, JBPr 2012/45 m.nt. Van Daal (Sensemakers) en de daaruit kenbare beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 3 maart 2011. Er bestaat vrees dat de prijs die bij een executieverkoop kan worden gerealiseerd sterk zal achterblijven bij de (theoretische) waarde die aan deze aandelen wordt toegekend in waarderingsrapporten door deskundigen. Het is namelijk de vraag of een derde gevonden kan worden die bereid is om aandelen te kopen in een vennootschap die te lijden heeft gehad onder een geschil dat zo hoog is opgelopen dat het de ondernemingskamer heeft bereikt. Dat speelt in het bijzonder als de aanleiding voor de enquêteprocedure ligt in het gedrag van de achterblijvende aandeelhouder. In die gevallen kan de executerende aandeelhouder, of aan hem gelieerde partijen, de aandelen tegen een lage prijs kopen. Overwegingen over de prijs van de aandelen bij een executieverkoop horen mijns inziens echter niet thuis in de overwegingen van de ondernemingskamer, maar bij de executierechter. Daarnaast mag niet uit het oog verloren worden dat het risico op een lage executieopbrengst inherent is aan het houden van niet liquide aandelen en dus in zekere zin aanvaard is door de desbetreffende aandeelhouder. Als de desbetreffende aandeelhouder geen andere verhaalsmogelijkheden biedt dan aandelen, komt het belemmeren van de executieverkoop er op neer dat de executant zijn recht niet kan halen. Onder omstandigheden kan sprake zijn van strijd met art. 6 EVRM. Zie EHRM 19 maart 1997, application no. 18357/91 (Hornsby), r.o. 40.
Zie 8.3.3.4. In die zin Hof Amsterdam (OK) 28 april 2016, JOR 2016/194 m.nt. Van Thiel (Cunico).
De tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer doet geen afbreuk aan daarop rustende pandrechten en conservatoire en executoriale beslagen.1 In de De Baronie-beschikking2 stond de ondernemingskamer stil bij de gevolgen van een executieverkoop door de pandhouder van aandelen in de vennootschap die voorwerp was van de enquête. In par. 17.4.3 is reeds ingegaan op die beschikking. De ondernemingskamer overwoog dat een executieverkoop niet zou (mogen) afdoen aan het beheer.
Hier kunnen we ook anders tegenaan kijken. De executieverkoop kan de verhoudingen in de aandeelhoudersvergadering saneren.3 In de De Baronie- beschikking was sprake van een impasse in de aandeelhoudersvergadering. Die impasse is voorbij als de pandhouder/aandeelhouder de aandelen in het kader van de executie verkrijgt, of deze verkoopt aan een partij waarmee deze andere aandeelhouder een goede werkverhouding heeft.4 Aan het beheer is dan geen behoefte meer.5