Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.6.1
1.6.1 Rechtsvergelijkende methode
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398308:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
M. van Hoecke, Methodology of Comparative Legal Research, Law and Method, blz. 8-28. De genoemde methoden zijn 1. Functional method 2. Structural method 3. Analytical method 4. Law in context method 5. Historical method 6. Common core method. De verschillende niveaus die hij noemt zijn: 1. Macro and mirco level 2. Underlying general and professional legal cultures (or tradities) 3. Law in action vs law in the books 4. Surface level vs deel level 5. Doctrinal framework vs underlying legal culture. Het gaat mijn onderzoek te buiten om al deze methoden en niveaus integraal te bespreken.
Vergelijk M. van Hoecke, Methodology of Comparative Legal Research, Law and Method, blz. 3.
Zie in dit verband ook Verburg die in de context van het bespreken van de Duitse fiscale eenheid (Organschaft) aangeeft dat de regeling het product is van een concrete historische ontwikkeling, die zich niet zonder meer leent voor export (naar Nederland). J. Verburg, De fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting, Belastingconsulentendag’77, nr. 22, FED, 1977, blz. 9.
In dit onderzoek maak ik van één rechtsvergelijkende methode gebruik. Ik vergelijk bepaalde rechtsregels uit de vennootschapsbelasting in Nederland met vergelijkbare rechtsregels in de winstbelasting van lichamen in een ander land, in casu Duitsland. De relevantie van een rechtsvergelijkend onderzoek met Duitsland heb ik beschreven in hoofdstuk 1.2. Een enkele keer worden – als daar in het desbetreffende hoofdstuk aanleiding voor is - vergelijkingen met andere leerstukken in het belastingrecht, vergelijkingen met andere rechtsgebieden en multi-en interdisciplinair onderzoekgemaakt. Onder andere Van Hoecke beschrijft uitgebreid de methodologie van rechtsvergelijkend onderzoek. Hij onderscheidt op basis van de literatuur over rechtsvergelijkingen zes verschillende methoden en diverse niveaus qua diepgang.1 Uitgaande van deze methoden maak ik in mijn onderzoek gebruik van verschillende methoden zoals de functional method (het vaststellen van “betere’’ wetgeving en het onderzoeken hoe problemen in andere jurisdicties worden opgelost), de law-in-context-method (het verklaren waarom de wet in een ander land is zoals die is, ook rekening houdend met andere niet-fiscale factoren), de historical method (het historische uiteenzetten van de huidige wettelijke regels), en de common-core method (het onderzoeken van gemeenschappelijke elementen). Mijns inziens bevat mijn rechtsvergelijkend onderzoek naar de Duitse rechtsregels verschillende niveaus qua diepgang. Zoals ik in hoofdstuk 1.6.2 nader zal aangeven, behandel ik in beginsel de hoofdzaken (hoofdregels) van de desbetreffende rechtsregels en zal ik indien relevant en interessant vervolgens specifieker ingaan op deze regels.
Een van de gevaren van rechtsvergelijkend onderzoek is mijns inziens dat het importeren van regels en oplossingen uit het buitenland wellicht niet werkt, vanwege een verschil in context.2 Ik heb getracht dit te ondervangen door onder andere in hoofdstuk 2 onderzoek te doen naar het fiscale krachtenveld, omdat de bestaande juridische regelingen - die in hoofdstuk 3 tot en met 10 aan bod komen, zijn ingebed in een ruimer geheel. Daarnaast ga ik bij ieder leerstuk in op de historische ontwikkeling,3 de ratio van de regels en de ervaringen met de regels in de praktijk. Ik denk daarmee ruim voldoende diepgang aan te brengen in de rechtsvergelijking met Duitsland. Daarnaast wordt zowel de Nederlandse rechtsregel als de vergelijkbare Duitse rechtsregel getoetst aan hetzelfde - in hoofdstuk 1.3.4.2 opgestelde –toetsingskader. Door het gebruikmaken van een toetsingskader zal het onderzoek en mijn mening zo veel mogelijk geobjectiveerd worden. De dan nog resulterende subjectieve keuzes worden zo transparant mogelijk weergegeven door een toelichting op de rangorde (zie hoofdstuk 1.3.2.4.4) en een weergave van de afwegingen in ieder hoofdstuk.