Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.4.1:2.4.1 Inleiding
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.4.1
2.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS590404:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer 5-V 1995/27; vgl. Wezeman 2000, p. 454. Deze betekenis komt naar voren in de art. 7A:1655, 1666, 1679 en 1682 BW. Vgl. Van Schilfgaarde 1974, p. 10-14, die naast de vennootschap als overeenkomst de vennootschap als instituut onderscheidt. Buiten beschouwing laat ik art. 7A:1688 lid 2 BW, waar ‘maatschap’ wordt gebruikt in de onzuivere betekenis van vennootschappelijke gemeenschap.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor ging het over de maatschap als overeenkomst tussen vennoten. Nu komt de maatschap in de betekenis van deelnemer aan het rechtsverkeer aan bod.1 Het (afgescheiden) maatschapsvermogen wordt verderop apart besproken.