De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.4.1:5.6.4.1 Algemene opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.4.1
5.6.4.1 Algemene opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS393602:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de overeenkomstige bepaling in art. 10 van de Richtlijn par. 5.5.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het vraagstuk van de subsidiariteit van de schadevergoedingsorganen is reeds besproken in paragraaf 4.8.2. Daar is ook de stelling verdedigd dat de Richtlijn weliswaar in de Preambule aanleiding geeft om te veronderstellen dat het niet de bedoeling is dat regresnemers zich, zoals de benadeelde zelf dat wel kan doen, tot het schadevergoedingsorgaan van de lidstaat van woonplaats van de benadeelde kunnen wenden, maar dat niet kan worden volgehouden dat lidstaten die regres-nemers wel toegang verschaffen, de Richtlijn onjuist hebben omgezet. Dergelijke verschillen in omzetting in nationale wetgeving bestaan inderdaad. Zij roepen vragen op rond het regres van het schadevergoedingsorgaan in de lidstaat van woonplaats van de benadeelde op het schadevergoedingsorgaan (of in het kader van art. 25 op het waarborgfonds dat uiteindelijk de schade zal hebben te dragen). Zie paragrafen 633.2 onder b) en 633.3 onder b).
Evenals dat het geval is in het kader van de regeling van het waarborgfonds, bepaalt de Richtlijn ten aanzien van het schadevergoedingsorgaan dat de uitkering aan de benadeelde niet ervan afhankelijk mag worden gesteld dat hij aantoont dat de aansprakelijke niet kan of wil betalen.1 Zie art. 24 lid 1, zesde alinea, laatste volzin.