Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/2.4.2
2.4.2 coördinatie
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS353807:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Faure, The Harmonization, Codification and Integration of Environmental Law: A Search for Definitions 2000, p. 181.
De afstemmingsregels stonden tot 1 oktober 2010 in art. 8.5, 20.1, 20.3 en 20.8 Wm, art. 8 en 52 Wonw en art. 5.3 Ivb. De desbetreffende artikelen in de Wm zijn vervallen als gevolg van art. 9.10, onder JJJ, K, LLL en OOO van de Invoeringswet Wabo (Stb. 2010, 142). De desbetreffende artikelen in de Wonw zijn vervallen als gevolg van art. 9.16, onder K en W van de Invoeringswet Wabo (Stb. 2010, 142). Het Ivb is vervallen als gevolg van art. 1.43 Invoeringsbesluit Wabo (Stb. 2010, 144). Zie ook VMR, Afstemmingsregelingen in de Wm 1996.
Inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht (art. 1.1 lid 1 Wm).
Op 1 oktober 2010 vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Wabo.
Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats (art. 40 Wonw). De Woningwet bevat(te) geen definitie van een bouwwerk, maar de jurisprudentie verstaat daaronder: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Voor bouwen was in bepaalde gevallen geen bouwvergunning nodig, maar dat was gewoonlijk niet het geval bij een inrichting van enige omvang.
Op 1 oktober 2010 vervallen als gevolg van de inwerkingtreding van de Wabo.
De vergunningplicht gold voor een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort (art. 8.1 lid 1 Wm zoals dat gold tot 1 oktober 2010) en bij amvb aangewezen andere categorieën van inrichtingen (artikel 8.1 lid 2 Wm zoals dat gold tot 1 oktober 2010). Deze amvb was het per 1 oktober 2010 vervallen Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Van der Peppel/Hardenberg/Bröring & Lambers, Afstemmingsregelingen in de Wm 1996, p. 10.
Samengevat betekende dat, dat de aanvraag om een bouwvergunning werd getoetst aan een limitatief aantal criteria. Werd aan de criteria, zoals het bestemmingsplan, het Bouwbesluit, de Bouwverordening en redelijke eisen van welstand voldaan, dan moest de bouwvergunning worden verleend; zo niet, dan moest de bouwvergunning worden geweigerd.
ABRvS 14 december 2000, nr. 200004247/1. Michiels, Kleur in het omgevingsrecht 2001, p. 12.
Stb. 1992, 414 en Stb. 1993, 59.
De milieuvergunningaanvraag mocht ook eerder worden ingediend.
Art. 20.8 Wm zoals dat luidde tot 1 oktober 2010.
Gilhuis, Coördinatie bouw- en milieuvergunning 1992.
Ministerie van VROM, Herijkingsbrief 2003, p. 12.
Rademaker, Interview 2011, bijl. 5.2, par. 1.1.
Van coördinatie is sprake als tussen twee of meer wetssystemen samenhang wordt gebracht door een nieuwe wettelijke regeling waarbijde beide te coördineren wetssystemen blijven bestaan. In geval van coördinatie is geen sprake van bundeling. Zoals ik in paragraaf 2.3.1 heb aangegeven reserveer ik de term bundeling voor het geval wetssystemen worden samengevoegd. Bij coördinatie is dat niet het geval. De te coördineren wets-systemen veranderen niet als gevolg van coördinatie, zij het dat daaraan wel de coördinatieregeling kan worden toegevoegd.
Deze term sluit aan bij de terminologie van Faure: 'Coordination: this term is reserved for the situation where separate environmental legal acts remain in existence with separate licensing requirements (and hence no harmonization of licenses took place), but where the legislature has provided for legal rules which force the various authorities to take into account the separate procedures or licenses.'1
In overzicht 2.2 is coördinatie schematisch weergegeven.
Voor coördinatie
Na coördinatie
Wetssysteem A
Wetssysteem A
Wetssysteem B
Wetssysteem B
Coördinatieregeling C
Een voorbeeld betreft de met de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht op 1 oktober 2010 vervallen coördinatieregeling tussen de op die datum in de omgevingsvergunning geïntegreerde bouw- en milieuvergunning.2 Tot de inwerkingtreding van die wet waren voor het realiseren van een inrichting3 vaak een bouwvergunning4 en een milieuvergunning5 vereist.
op grond van artikel 40 Woningwet6 was het verboden te bouwen7 zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning. Voor het bouwen van een inrichting was gewoonlijk8 een bouwvergunning nodig.
op grond van artikel 8.1 Wm9 was het in bepaalde gevallen10 verboden zonder milieuvergunning een inrichting op te richten, te veranderen of de werking daarvan te veranderen of in werking te hebben.
Tot de inwerkingtreding van de Wet milieubeheer op 1 maart 1993 waren de bouwvergunning en de Hinderwetvergunning, de voorganger van de milieuvergunning, niet op elkaar afgestemd.11 Dat kon tot gevolg hebben dat een bouwvergunning voor de inrichting vanwege het imperatief-limitatieve stelsel in artikel 40 Woningwet moest worden verleend,12 terwijl de hinderwetgunning als gevolg van de daarvoor geldende toetscriteria niet kon worden verleend of eisen bevatte die niet in overeenstemming waren met de verleende bouwvergunning.
Zo was het bijvoorbeeld mogelijk dat de hinderwetvergunning een schoorsteen van 30 meter hoogte eiste, terwijl daarvoor geen bouwvergunning kon worden verleend omdat zulks in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Dat kon ertoe leiden dat de inrichting niet mocht worden gebouwd als bouwwerk, maar - mits aan de voorschriften zou worden voldaan - wel mocht worden opgericht als inrichting. Dit voorbeeld laat zien, dat de wetgever geen samenhang had geregeld tussen het wetssysteem van de Woningwet voor wat betreft de bouwvergunning en het wetssysteem van de Hinderwet voor wat betreft de hinderwetvergunning, terwijl die samenhang in werkelijkheid wel bestond en relevant was of - in soortgelijke gevallen - zou kunnen zijn.
Michiels noemt een geval waarin BenW van Oudkarspel een milieuvergunning op grond van artikel 8.1 Wm (zoals dat luidde tot 1 oktober 2010) hadden verleend aan een houthandel in Oudkarspel. In de milieuvergunning was voorgeschreven dat binnen vijf jaar een in- en uitrit moest zijn gerealiseerd. De aanleg van de in- en uitrit op de voorgeschreven plaats was echter op grond van het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Er waren ook geen pogingen ondernomen om het bestemmingsplan op dit punt aan te passen. Handhaving van het voorschrift was daarom niet mogelijk.13
Op 1 maart 1993 is de Wet milieubeheer in werking getreden. De Hinderwet verviel en de hinderwetvergunning werd vervangen door de milieuvergunning.14 In de Wet milieubeheer had de wetgever wel samenhang gerealiseerd tussen het wetssysteem van de Woningwet en het wetssysteem van de Wet milieubeheer of zo men wil tussen de bouwvergunning en de milieuvergunning door middel van een procedurele afstemmings- of coördinatie-regeling.15 Die regeling kwam erop neer, dat de milieuvergunning en de bouwvergunning in beginsel16 gelijktijdig moesten worden aangevraagd. Moest de bouwvergunning worden geweigerd, dan viel er niets af te stemmen. Als er echter geen reden was om de bouwvergunning te weigeren, dan moest de beslissing op de bouwaanvraag worden aangehouden totdat de beslissing op de milieuaanvraag in een bepaald stadium verkeerde. De milieuvergunning trad vervolgens niet eerder in werking dan nadat de bouwvergunning was verleend.17Gilhuis sprak van een ingewikkelde coördinatieregeling, die volgens hem een verbetering was ten opzichte van de daarvoor bestaande situatie, maar nogal wat zwakke plekken vertoonde, veroorzaakt door het compromiskarakter van de regeling.18
Het aldus gedefinieerde begrip coördinatie heeft in dit onderzoek betrekking op coördinatie van wetssystemen. Het moet - in het gegeven voorbeeld -worden onderscheiden van de activiteit van het inhoudelijk coördineren van de bouw- en milieuvergunning zelf. In de Herijkingsbrief wordt gesteld dat coördinatie in de praktijk bijzonder moeilijk tot stand te brengen is. En waar zij tot stand komt, blijkt ze vaak onvoldoende soelaas te bieden. Regelingen over coördinatie zijn ook bijna per definitie ingewikkeld', aldus de Herijkingbrief.19 Ook Rademaker is van oordeel dat coördinatieregelingen om diverse procedures op elkaar af te stemmen "nooit eenvoudig worden."20