Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/3.3.4.3
3.3.4.3 Het beginsel van loyale samenwerking als grondslag voor verplichtingen in de Europese subsidieregelgeving
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401938:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 20 september 2001, C-263/98 (België/Commissie), Jur. 2001, p. 1-6063, r.o. 106. Zie ook GvEA 30 september 2009, T-55/07 (Nederland/Commissie), Jur. 2009, p. 11-187*, r.o. 62; HvJEG 9 januari 2003, C-157/00 (Griekenland/Commissie), Jur. 2003, p. 1-153, r.o. 11 en 12; HvJEG 22 april 1999, C-28/94 (Nederland/Commissie), Jur. 1999, p.1-1973; HvJEG 1 oktober 1998, C-209/96 (VK/Commissie), Jur. 1998, p. 1-5655, r.o. 43; HvJEG 21 oktober 1999, C-44/97 (Duitsland/Commissie), Jur. 1999, p.1-7177; HvJEG 5 oktober 1999, C-240/97, (Spanje/Commissie), Jur. 1999, p. 1-6571, HvJEG 6 mei 1982, gevoegde zaken, 146/81, 192/81, 193/81 (BayWa), Jur. 1982, p. 1503. In het arrest HvJEG 21 februari 1991, C-28/89 (Duitsland/Commissie), Jur. 1991, p. 1-581 formuleert het Hof het iets anders. Volgens het Hof is artikel 8 van Verordening nr. 729/70 de uitwerking van de algemene zorgvuldigheidsplicht van artikel 5 EEG-verdrag (zie ook HvJEG 11 oktober 1990, C-34/89 (Italië/Commissie), Jur. 1990, p. 1-3603).
HvJEG 21 september 1983, gevoegde zaken 205/82-215/82 (Deutsche Milchkontor), Jur. 1983, p. 2633, r.o. 42.
Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie vormen diverse verplichtingen uit de Europese subsidieregelgeving die zijn gericht tot nationale uitvoeringsorganen een uitwerking van het thans in artikel 4, derde lid, VEU gecodificeerde beginsel van loyale samenwerking. Het gaat om verplichtingen tot informatie-uitwisseling en verplichtingen tot het uitvoeren van controles. Een voorbeeld hiervan is het voorheen geldende artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 729/20. Ingevolge deze bepaling dienden de lidstaten, overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, de nodige maatregelen te treffen om zich ervan te vergewissen dat de door het EOGFL gefinancierde maatregelen daadwerkelijk en op regelmatige wijze werden uitgevoerd. Het Hof van Justitie overweegt in het arrest België/Commissie dat artikel 8, eerste lid, van de Verordening nr. 729/70 wat betreft de uitvoering van de Europese landbouwsubsidieverordeningen, uitdrukking geeft aan het beginsel van loyale samenwerking.1 Het artikel bevat volgens het Hof van Justitie de beginselen waaraan de EU en de lidstaten zich moeten houden bij de uitvoering van de uit de middelen van het EOGFL gefinancierde communautaire landbouwinterventiemaatregelen en bij de bestrijding van fraude en onregelmatigheden die zich voordoen. In het arrest Deutsche Milchkontor noemt het Hof van Justitie naast artikel 8 van de Verordening nr. 729/70 ook artikel 10 van de Verordening nr. 990/72.2 Deze bepalingen, die de nationale autoriteiten verplichten bepaalde controles te verrichten om de naleving van de betrokken gemeenschapsregeling te verzekeren, zijn volgens het Hof van Justitie slechts de uitdrukkelijke bevestiging van een verplichting die reeds op de lidstaten rust krachtens het in artikel 5 van het EEG-verdrag (thans 4, derde lid, vEu) neergelegde samenwerkingsbeginsel.