Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/6.2:6.2 VOF en CV
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/6.2
6.2 VOF en CV
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS585738:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook VOF en CV worden in mijn voorstellen behouden, met de volgende moderniseringen:
De wettelijke vereisten voor de VOF worden gewijzigd. Voortaan is VOF de maatschap die als VOF is ingeschreven in het handelsregister of die is opgericht bij notariële akte (waarna inschrijving alsnog moet plaatsvinden, als niet-constituief vereiste). Daarnaast wordt verplicht gesteld dat de aanduiding ‘VOF’ of ‘vennootschap onder firma’ in de naam van de vennootschap wordt opgenomen en dat voor de VOF een zetel in Nederland wordt gekozen. Als feitelijk gevolg van deze nieuwe regels mogen voortaan alle activiteiten die bij de maatschap zijn toegelaten ook in VOF-verband worden uitgeoefend. Een maatschap tot uitoefening van een bedrijf onder gemeenschappelijke naam is niet langer van rechtswege een VOF.
Aanvaard wordt dat de VOF collectiviteit én rechtssubject is. Dit wordt aangeduid door te spreken van de rechtsbevoegde VOF. Naar komend recht (titel 7.13 BW) blijft dit zo. Een overgang naar de figuur van de VOF- rechtspersoon is niet nodig. De rechtssubjectiviteit van de VOF wordt de belangrijkste eigenschap die deze rechtsvorm van de maatschap onderscheidt.
In verband met de rechtssubjectiviteit van de VOF wordt voorzien in een wettelijk voortzettingsbeding van regelend recht.
Bij de VOF blijft, anders dan bij de maatschap, voorop staan dat iedere vennoot zelfstandig tot vertegenwoordiging bevoegd is, tenzij anders overeengekomen. Bij erkenning van de VOF als rechtssubject krijgt de vertegenwoordigingsbevoegdheid een eigen, vennootschapsrechtelijk karakter. Deze vennootschapsrechtelijke bevoegdheid komt uitsluitend aan vennoten toe. De VOF kan aan derden natuurlijk volmacht verlenen.
Aanvaard wordt dat de aansprakelijkheid van vennoten voor VOF-schulden een wettelijk en afhankelijk karakter heeft, naast de eigen aansprakelijkheid van de VOF (als rechtssubject) voor haar eigen schulden. De disculpatiemogelijkheid van artikel 7:407 lid 2 BW (gezamenlijke opdrachtnemers) geldt wel bij de maatschap, niet bij de VOF. Toetreden tot een maatschap brengt niet van rechtswege aansprakelijkheid voor oude vennootschapsschulden mee; toetreden tot een VOF wel. Daarbij wordt aangenomen dat de nieuwe vennoot van een VOF niet krachtens vennootschapsrecht aansprakelijk wordt voor incidentele, buiten de normale exploitatie vallende schulden die hij bij zijn toetreden niet kende en ook niet– door behoorlijk due diligence onderzoek – had kunnen kennen. Bij uittreden uit een maatschap wordt de beëindiging van toerekenbare verbintenissen geheel geregeerd door het commune recht. Bij de VOF wordt de (wettelijke) restaansprakelijkheid naar komend recht onderworpen aan een verjaringstermijn van vijf jaar na inschrijving van het uittreden in het handelsregister.
De genoemde moderniseringsvoorstellen bij de VOF gelden ook voor de CV, met dien verstande dat het bij de naamgeving van dit type vennootschap om de aanduiding ‘CV’ of ‘commanditaire vennootschap’ gaat, en dat commanditaire vennoten in beginsel niet voor de schulden van de vennootschap aansprakelijk zijn.
Inschrijving van de commanditaire vennoten in het handelsregister wordt wettelijk verplicht gesteld. Een uitzondering op deze inschrijvingsplicht kan worden gemaakt voor commanditaire vennoten van gereguleerde beleggings-CV’s.
Het naamsverbod van artikel 20 lid 1 WvK wordt afgeschaft.
Het beheersverbod voor commanditaire vennoten en de op overtreding daarvan gestelde aansprakelijkheidssanctie worden afgeschaft. Commanditaire vennoten kunnen echter niet met vennootschappelijke vertegenwoordigingsbevoegdheid worden bekleed, behalve in het geval van ontstentenis of belet van de gewone vennoot. Aan commanditaire vennoten kan wel een volmacht tot vertegenwoordiging van de CV worden gegeven. De regels die Boek 2 BW kent voor de aansprakelijkheid van bestuurders en feitelijk beleidsbepalers (met name artikel 2:248 BW) wordt uitgebreid naar commanditaire vennoten die feitelijk als beleidsbepaler optreden.
De CV op aandelen blijft wettelijk verboden. In titel 7.13 BW wordt verduidelijkt dat het gaat om een verbod op de CV met ‘verhandelbare aandelen’.