JWB 2016/342
Insolventierecht
HR 30-09-2016, ECLI:NL:HR:2016:2231
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
30 september 2016
- Zaaknummer
16/02270
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:2231, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑09‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:914, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑06‑2016
- Wetingang
Essentie
Insolventierecht
Samenvatting
Casus
Aanleiding voor deze procedures is de tussentijdse beëindiging van een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Rechtsvraag
-
Beslissing
De Hoge Raad zal gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De Hoge Raad is namelijk van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-10). ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.