Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.3.4:1.3.4 Privaatrechtelijke grenzen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.3.4
1.3.4 Privaatrechtelijke grenzen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS402367:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de wijze waarop aandeelhouders invulling geven aan de financiering van de vennootschap liggen niet zelden fiscale overwegingen ten grondslag. Men kan daarom stellen dat ook in het belastingrecht, zij het indirect, grenzen worden gesteld aan de financieringsvrijheid van aandeelhouders. Zo is in 2012 een maatregel geïntroduceerd die de aftrekbaarheid van overnamefinanciering beperkt indien er na een overname sprake is van “excessieve financiering” met vreemd vermogen.1 Ook het bestuursrecht bevat normen die zien op aandeelhoudersfinanciering. In dit proefschrift worden evenwel uitsluitend de privaatrechtelijke grenzen aan de financieringsvrijheid van aandeelhouders onderzocht. Daarom zullen de fiscale regels niet aan bod komen, en zal evenmin aandacht worden besteed aan de gevolgen van het steeds verder uitdijende toezichtsrecht. Voor een analyse van de regeling inzake ‘asset stripping’, die door de implementatie van de AIFM-Richtlijn binnenkort in de Wft zal worden opgenomen, verwijs ik naar de literatuur ter zake.2