Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.7.3.9
7.7.3.9 Rechterlijk matigingsrecht
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582372:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie Parl. Gesch. Boek 6, p. 441, 447 (VV II, Rapport aan de Koningin), p. 450 (MvA II). Door Scholten en Brunner is verdedigd dat de sociale strekking van de matigingsbevoegdheid - het ontwerp voor art. 6:109 BW werd aanvankelijk een sociale strekking jegens de schuldenaar toegedacht - zich verzet tegen matiging ten behoeve van een rechtspersoon. Zie Scholten 1962, p. 19; Brunner 1973, p. 15 e.v. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt echter dat matiging ook ten behoeve van een rechtspersoon kan plaatsvinden. Deurvorst (Schadevergoeding), Art. 109, aant. 11, aant. 23.
Indien toekenning van volledige schadevergoeding in de gegeven omstandigheden waaronder de aard van de aansprakelijkheid, de tussen partijen bestaande rechtsverhouding en hun beider draagkracht, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden, kan de rechter op grond van artikel 6:109 BW een wettelijke verplichting tot schadevergoeding matigen.
Hoewel rechterlijke matiging ook kan plaatsvinden ten behoeve van een rechtspersoon, zal de schadevergoeding bij de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht niet snel leiden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen.1 De betekenis van het rechterlijk matigingsrecht is dan ook van beperkt belang bij de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht.