Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/0.9.1
0.9.1 Executeurs met en zonder beheer, en afwikkelingsbewindvoerders
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406040:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In vakjargon worden de executeurs om het onderscheid in kracht te benadrukken nog wel eens van'sterren' voorzien. Zie B.M.E.M. SCHOLS,Van Mourikbundel,Van begrafenisexecuteur tot turbo-executeur, Deventer: Kluwer 2000, p. 277-283. De begrafenisexecuteur* krijgt een ster, de beheersexecuteur** krijgt twee-sterren en de turbo-executeur*** driesterren. De laatste wordt ook wel executeur-afwikkelingsbewindvoerder genoemd. WD. KOLKMAN, Schulden der nalatenschap (diss. Groningen), Deventer: Kluwer 2005, p. 57, noot 226, maakt melding van het feit dat er in het verleden executeurs waren ('zweckgebun-denes Sondereigentum') waarbij Bernard Schols zelfs sterren te kort zou komen. Zou hij een vier sterren-executeur in gedachten hebben? Niet iedereen deelt onder nieuw erfrecht sterren uit aan de executeurs, A.H.N. STOLLENWERCK, Alleen de Guide Michelin geeft drie sterren!, Podium FTV oktober 2004, p. 3-5, die opmerkt: 'Hoe zo'n begrip als driesterren-executeur een eigen leven kan gaan leiden, blijkt uit het feit dat op cursussen wel eens wordt gevraagd waar men in de wet de driesterrenexecuteur kan vinden.' De 'drie sterren-executeur' is overigens ook reeds opgedoken in een beschikking van de Kantonrechter te Zwolle, 7 juli 2003, NJ Kort 2003, 82. Dit laatste tot ergernis van LUIJ-TEN en MEIJER, Nieuw Erfrecht jurisprudentieoverzicht april 2004, nr. 2, p. 27 die van het hart moet: 'dat het gebruik van termen als ''executeur-afwikkelingsbewindvoerder'' en ''driesterren- executeur'' beperkt moet blijven tot leerboeken, waarin aan de hand van deze termen - duidelijk - de verschillen tussen mogelijke bevoegdheden van executeurs uitgelegd kunnen worden. Noch in uiterste willen, noch in rechterlijke uitspraken horen deze termen echter thuis, men gebruike daar de wettelijke omschrijvingen.' Een felle aanval op de bevoegdheden van de 'drie-sterrenexecuteur' kwam uit de Leidse hoek. Zie W.G. HUIJGEN, Verdeling door de executeur-afwikkelingsbewindvoerder, WPNR (2004) 6587. Al eerder: W. KLEYN,Wat zijn de mogelijkheden voor een afwikkelingsbewindvoerder om zelf te verdelen?, JBN 2003 nr. 24, p. 3-4. A.H.N. STOLLEN- WERCK heeft zich blijkens zijn bijdrage in Podium, FTV 2006, 52,'Ook de rechter geeft drie sterren', neergelegd bij de 'macht' van een driesterrenexecuteur: 'Ik gun de voorstanders van de ruime opvatting graag hun triomf. De rechter heeft zich immers ten gunste van hen uitgesproken.'
Voor een goed begrip van de werking van de regeling van de executele en om de bevoegdheid van de executeur te kunnen bepalen is het onder het nieuwe erfrecht van groot belang steeds een onderscheid te maken tussen de verschillende soorten executeurs, waarbij ik opmerk dat een afwikkelingsbewindvoerder geen executeur is in de zin van afdeling 4.5.6 BW. Dit neemt niet weg dat in materiele zin de verwantschap in aard groot kan zijn. Beide rechtsfiguren zijn immers geschreven op de afwikkeling van nalatenschappen. Zelfs als dit in materiele zin zo blijkt te zijn, blijft het maken van een onderscheid in formele zin steeds een must, en wel met name in het licht van de regeling van de legitieme portie, waarover hierna in Hfdst. III.D.1 meer.
Indien men in de praktijk in aanraking komt met een executeur is het in ieder geval zaak om zijn bevoegdheden te 'controleren' en de executeur de juiste juridische 'status' te geven, waarbij het overgangsrecht steeds een grote rol speelt. De ene 'executeur' is immers de andere niet, om over de boedelberedderaars nog maar te zwijgen. Er zijn drie categorieen.1 Over hun taken thans slechts enkele inleidende opmerkingen.