Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/5.2.1.2
5.2.1.2 Girale effecten
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS370303:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het houden van effecten via Euroclear, de Belgische CSD: Fontaine & Van Der Haegen 2011.
Op grond van art. 3 van de Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder kunnen sinds 1 januari 2008 effecten door de emittent enkel nog uitgegeven worden in de vorm van effecten op naam of gedematerialiseerde effecten. In beginsel dienden uiterlijk op 31 december 2013 effecten aan toonder te zijn omgezet in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten, binnen de beperkingen van de statutaire bepalingen en binnen de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de uitgifte (art. 7).
Art. 468 lid 1 W.Venn.
Er bestaat discussie over de vraag wat er onder het begrip ‘speciale rekening’ moet worden verstaan. Zie hierover Boddaert 2006, nr. 5 en 6 met verdere verwijzingen. Hoewel het KB nr. 62 spreekt van inboeking volstaat óók de blokkering van de effectenrekening van de pandgever, zie hierna.
Zie Parl. St. Senaat, 1994-1995, nr. 1321/1, p. 16.
Boddaert 2006, nr. 9.
Boddaert 2005, nr. 34.
Boddaert 2006, nr. 7.
Idem.
Boddaert 2006, nr. 9.
Boddaert 2005, nr. 36.
Art. 470 lid 1 W.Venn. en art. 7 lid 1 Wet Overheidseffecten. Een ondergeschikt verschil is dat art. 7 lid 1 Wet Overheidseffecten tevens bepaalt dat het pandrecht kan worden gevestigd door ‘inboeking van het bedrag van de in pand gegeven effecten op een speciale rekening (…) bij het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van België’.
Vgl. art. 6 lid 3 KB nr. 62: ‘De overschrijving van rekening naar rekening van vervangbare financiële instrumenten geeft geen aanleiding tot opgave van de nummers noch door de vereffeningsinstelling noch door de aangesloten leden.’ [cursivering JD].
De overdracht en verpanding van girale effecten wordt beheerst door het Gecoördineerd koninklijk besluit nr. 62 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten (hierna: ‘KB nr. 62’), de Wet van 25 januari 1991 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium (hierna: ‘Wet Overheidseffecten’) en het Wetboek van Vennootschappen (hierna: ‘W.Venn.’).1 Het KB nr. 62 heeft betrekking op vervangbaar gestelde effecten aan toonder.2 De Wet Overheidseffecten en de W.Venn. bevatten bepalingen met betrekking tot gedematerialiseerde effecten. Gedematerialiseerde effecten zijn effecten die worden vertegenwoordigd door een boeking op rekening, op naam van de eigenaar of de houder, bij een vereffeningsinstelling of bij een erkende rekeninghouder.3
De verpanding van vervangbaar gestelde effecten wordt in art. 7 lid 1 KB nr. 62 geregeld:
‘Voor het vestigen van een burgerlijk of handelspand op vervangbare financiële instrumenten, geschiedt de inbezitstelling op geldige wijze door de inboeking van deze financiële instrumenten op een speciale rekening geopend bij de vereffeningsinstelling of bij een aangesloten lid op naam van een overeengekomen persoon. De in pand gegeven financiële instrumenten worden geïdentificeerd volgens hun aard zonder opgave van nummer. Het aldus gevestigde pand is rechtsgeldig en kan aan derden worden tegengeworpen zonder andere formaliteit.’
Het voor de vestiging van het pandrecht noodzakelijke vereiste van buitenbezitstelling van vervangbaar gestelde effecten wordt gerealiseerd door inboeking van de girale effecten op een speciale rekening.4 Uit art. 7 KB nr. 62 blijkt uitdrukkelijk dat deze inboeking het enige vereiste is voor verpanding van girale effecten. De voorschriften van art. 2074 BBW gelden dus niet voor het burgerlijk pand op girale effecten.
De ‘speciale rekening’ kan worden geopend op naam van de pandgever, de pandhouder of een derde.5 Wanneer het pandrecht betrekking heeft op alle effecten in de vrije effectenrekening van de pandgever, vindt in de praktijk verpanding doorgaans plaats doordat de pandhouder in zijn eigen boeken een speciale rekening opent op naam van de pandgever.6
Er bestaat discussie over de vraag of de enkele inboeking van de effecten op een speciale rekening op naam van de pandgever voldoende is om aan het vereiste van buitenbezitstelling te voldoen. Volgens Boddaert geldt als leidraad dat de speciale rekening de dubbele functie van de buitenbezitstelling – de zekerheidsfunctie en publiciteitsfunctie – moet realiseren.7 Aan de zekerheidsfunctie is voldaan wanneer verpande girale effecten zijn onttrokken aan de beschikkingsmacht van de pandgever en op die manier de pandhouder beschermen tegen de vervreemding of een waardevermindering door toedoen van de pandgever. Teneinde aan de zekerheidsfunctie te voldoen is noodzakelijk dat de speciale rekening op naam van de pandgever wordt geblokkeerd. Blokkering van de rekening houdt in dat de pandgever ‘op geen enkele wijze nog de vrije beschikking heeft over de financiële instrumenten die in deze rekening geboekt worden’.8 Dit kan worden bereikt door een technische blokkering, maar tevens volstaat dat de pandgever alleen nog met toestemming van de pandhouder toegang heeft tot de rekening (‘juridische blokkering’). Publiciteit – de tweede functie van buitenbezitstelling – vereist dat derden duidelijk wordt gemaakt dat de girale effecten verpand zijn. Aan de publiciteitsfunctie kan worden voldaan door het gebruik van een bijzondere code voor verpande rekeningen of door in de tenaamstelling de vermelding ‘pandrekening’ of ‘verpand ten gunste van X’ op te nemen en deze eventueel op de rekeningafschriften te laten verschijnen.9
Volgens Boddaert kan een pandrecht op girale effecten dus óók gevestigd worden zonder dat er een inboeking op een speciale rekening plaatsvindt, namelijk door omvorming van een vrije effectenrekening in een speciale rekening.10 Gezien de publiciteitsfunctie geldt evenwel dat een loutere blokkering van de vrije effectenrekening van de pandgever onvoldoende is om te voldoen aan het vereiste van buitenbezitstelling (en dus aan het voorschrift van art. 7 KB nr. 62) aangezien er dan voor de buitenwereld niets verandert.11 Noodzakelijk is dat op een van de hierboven genoemde methodes aan het publiciteitsvereiste is voldaan.
Een pandrecht op gedematerialiseerde effecten geschiedt tevens door inboeking van de effecten op een speciale rekening:
‘Voor de vestiging van een burgerlijk pand of een handelspand op de gedematerialiseerde effecten bedoeld in artikel 469, geschiedt de inbezitstelling op geldige wijze door de inboeking van deze effecten op een bijzondere rekening geopend bij een instelling die rekeningen bijhoudt op naam van een overeen te komen persoon. De in pand gegeven effecten worden geïdentificeerd volgens hun aard, zonder opgave van nummer. Het aldus gevestigde pand is rechtsgeldig en kan aan derden worden tegengeworpen zonder andere formaliteit.’12
Hetgeen hierboven is opgemerkt met betrekking tot de inboeking van de effecten op een speciale rekening in het kader van vervangbaar gestelde effecten geldt mutatis mutandis voor de verpanding van gedematerialiseerde effecten.
Voor het in zekerheid geven van effecten door overdracht volstaat de overboeking van de effecten. De overdracht van gedematerialiseerde effecten wordt geregeld in art. 468 lid 2 W.Venn. en art. 6 Wet Overheidseffecten. Die artikelen bepalen dat gedematerialiseerde effecten worden overgedragen door overschrijving van rekening op rekening. De overdracht van vervangbaar gestelde effecten wordt weliswaar niet uitdrukkelijk in het KB nr. 62 geregeld, maar aangenomen wordt dat ook de overdracht van vervangbaar gestelde effecten plaatsvindt door de enkele girale overboeking.13 De vraag of de overdracht tot zekerheid van effecten naar Belgisch recht is toegestaan, komt aan bod in hoofdstuk 8.