Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/0.9.3
0.9.3 Het basismodel van de wetgever: de beheersexecuteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS404932:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
RUDOLF HUBNER, Grundzuge des deutschen Privatrechts, Neudruck der 5. Auflage Leipzig 1930, Aalen: Scienta Verlag 1969, p.799. Hijwijst wel op het feit dat deTestaments-vollstrecker de erfgenamen en de legatarissen voor de vervulling van zijn verplichtingen verantwoording schuldig is.
De voorheen in art. 72 SW 1956 opgenomen bevoegdheid van de executeur om nalatenschapsgoederen te gelde te kunnen maken om successierechten te kunnen voldoen is thans opgenomen in het wetboek waar deze bevoegdheid thuishoort en wel in art. 4:7 lid 1 letter e juncto 4:147 BW. Op grondvan art. 4:147 lid 3 BW kan erflater bepalen dat een executeur voor een tegeldemaking toestemming van de erfgenamen nodig heeft. Op grond van lid 2 van art. 4:147 BW kan erflater de executeur van de in dat lid opgenomen overlegverplich-tingen vrijstellen.
De beheersexecuteur heeft een in de wet uitgewerkt 'kant en klaar'-pakket van bevoegdheden en verplichtingen. Het is van belang zich te realiseren dat ook als erflater in zijn uiterste wil naar de wet verwijst (afdeling 4.5.6) of slechts een executeur benoemt zonder nadere invulling van de bevoegdheden, er nog steeds sprake is van een erflater die de wil heeft om iemand verantwoordelijk te maken voor de afwikkeling van zijn nalatenschap. Niet vaak genoeg kan het gezegd worden. Het is de wil van erflater die de executeur voedt. De wet 'structureert' de autonomie van erflater slechts:1
'Ob einTestamentsvollstrecker ernannt wird, hangt allein vom Willen des Erb-lassers ab; nach ihm bestimmen sich auch seine Befugnisse; die gesetzlichen Vorschriften greifen im wesentlichen nur in Ermangelung undzur Erganzung der letztwilligen Anordnungen Platz.'
Het nemen van de 'wil' van erflater als basis voor de regeling is overigens mijns inziens het wezenlijke verschil met andere regelingen rondom 'wettelijke vertegenwoordigers'. Deze worden of door de rechter benoemd (vereffenaar, beschermingsbewind, curatele) en/of het betreft een regeling waar de belanghebbende in beginsel geen nadere invulling aan kan geven (voogdij). Bij executele staat de testeervrijheid2 voorop.
De beheersexecuteur heeft op grondvan art. 4:144 BW drie kerntaken, waar hierna nog nader op ingegaan zal worden:
het beheren van de nalatenschap;
de voldoening van de schulden van de nalatenschap;
de nakoming van de op hem rustende testamentaire lasten.
Deze laatste taak geldt vanzelfsprekend alleen als de erflater in zijn uiterste wil van deze rechtsfiguur gebruik heeft gemaakt, art. 4:130 BW.Via deze route heeft erflater een zeer grote vrijheid.
Het beheer van de executeur is privatief en berooft de erfgenamen derhalve van hun beheersbevoegdheid. Uit art. 3:170 BW volgt dat de beheersexecu-teur bijvoorbeeld zelfstandig de banktegoeden ten name van erflater kan innen. In het verlengde van het privatieve karakter van het beheer bepaalt art. 4:145 BW dat de erfgenamen niet meer bevoegd zijn om over de goederen van de nalatenschap te beschikken. Een behoorlijke inbreuk op de rechten van de erfgenamen derhalve. In de praktijk heeft deze nieuwe regel al voor de nodige opschudding en ongelukjes gezorgd.
Het beheer over de goederen van de nalatenschap is gericht op de verplichting voor de executeur om de schulden van de nalatenschap te voldoen, de tweede kerntaak. De schulden van de nalatenschap zijn limitatief opgesomd in art. 4:7 BW. Schulden van de nalatenschap is een veel ruimer begrip dan het begripschulden vande erflater.Voor de fiscaliteit is met name van belang dat in letter e van de betreffende bepaling de schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen van de nalatenschap geheven worden (voor zover zij op de erfgenamen komen te rusten) eveneens als 'schulden van de nalatenschap' aangemerkt worden.
Aan de beheerstaak van de executeur heeft de wetgever nog enkele specifieke bevoegdheden en verplichtingen gekoppeld. Ik volsta in deze fase om ze kort te noemen. De executeur heeft het recht om een boedelnotaris te benoemen, hij is verplicht om een boedelbeschrijving op te maken en de hem bekende schuldeisers op te roepen (art. 4:146 BW), hij is in beginsel3 bevoegdom de goederen van de nalatenschap met het oog op de voldoening van de schulden van de nalatenschap te gelde te maken (art. 4:147 BW), de executeur heeft een informatieplicht (art. 4:148 BW), hij kan ontslagen worden (art. 4:149 BW) en dient over het door hem gevoerde beheer rekening en verantwoording af te leggen (art. 4:151 BW).
Op grondvan art. 133 Overgangswet wordt een executeur die, in een onder ouderfrecht opgemaakte uiterste wilsbeschikking, bekleedis met het 'recht van bezit', onder het nieuwe erfrecht aangemerkt als een beheersexecuteur. Anders dan in de regeling onder het oude erfrecht kan een executeur thans niet meer bij codicil benoemd worden.'Oude' codicillen blijven op grond van art. 127 Overgangswet echter wel geldig.