Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen
Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.1.0:7.1.0 Introductie
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/7.1.0
7.1.0 Introductie
Documentgegevens:
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS450599:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 14 november 1956, BNB 1957/20 en art. 25, eerste lid, onderdeel e, Wet IB. Zie hoofdstuk 3, onderdeel 3.2.1.
Art. 25. eerste lid, onderdeel f. Wet IB j° art. 25, achtste en negende lid. Wet IB.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingevolge art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB is winst uit aanmerkelijk belang het gezamenlijke bedrag van de niet als winst uit onderneming aan te merken voordelen welke worden behaald bij de vervreemding van tot een aanmerkelijk belang behorende aandelen, winstbewijzen of schuldvorderingen, alsmede bij de vervreemding van een gedeelte van de daarin besloten liggende rechten (vervreemdingsvoordelen). Ik roep in herinnering dat art. 20a, eerste lid, onderdeel b, Wet IB in afwijking van art. 20a, eerste lid, onderdeel a, Wet IB tevens de schuldvorderingen noemt, zodat de categorie 'vervreemdingsvoordelen' zich mede uitstrekt tot de tot een aanmerkelijk belang behorende schuldvorderingen (zie hoofdstuk 4, onderdeel 4.2.1).
Behoudens een aantal in art. 20a, zesde lid, Wet IB opgesomde specifieke handelingen en omstandigheden (zie onderdeel 7.3 hierna), wordt onder het nieuwe aanmerkelijkbelangregime als vervreemdingsvoordeel in aanmerking genomen hetgeen tot 1 januari 1997 op basis van de bron 'winst uit aanmerkelijk belang' werd belast. Hierop bestaat een tweetal belangrijke uitzonderingen, t.w. inkoop van eigen aandelen door de vennootschap en liquidatie van de vennootschap, waarin de aandeelhouder een aanmerkelijk belang heeft. Tot 1 januari 1997 was in dergelijke situaties sprake van inkomsten uit vermogen voor hetgeen de aandeelhouder meer ontving dan het gemiddeld op de (desbetreffende) aandelen gestorte kapitaal. 1 Sedert 1 januari 1997 vindt de belastingheffing in dergelijke situaties plaats op basis van het nieuwe aanmerkelijkbelangregime en wel als vervreemdingsvoordeel en niet als een met de vroegere inkomsten uit vermogen corresponderend regulier voordeel. Iets soortgelijks geldt voor de afkoop en inkoop van winstbewijzen die in het nieuwe aanmerkelijkbelangregime ook worden belast als vervreemdingsvoordeel, terwijl tot 1 januari 1997 nog sprake was met de huidige reguliere voordelen vergelijkbare inkomsten uit vermogen.2 Deze overbrenging van inkoop van eigen aandelen door de vennootschap, afkoop en inkoop van winstbewijzen en liquidatie van de vennootschap naar de categorie vervreemdingsvoordelen gaf de mogelijkheid om in deze situaties over te gaan tot een meer subjectief getinte belastingheffing.
In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het vervreemdingsbegrip, zoals dat aan de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling ten grondslag ligt. In het volgende hoofdstuk 8 wordt aangegeven op welke wijze de omvang van de vervreemdingsvoordelen wordt vastgesteld.