Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.2.6:5.2.2.2.6 Aangiftevergrijpboete aanslagbelastingen (art. 67d AWR)
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/5.2.2.2.6
5.2.2.2.6 Aangiftevergrijpboete aanslagbelastingen (art. 67d AWR)
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940300:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 5.2.2.2.1 hiervoor en paragraaf 9.3.3.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 67d AWR bevat de vergrijpboete die tegelijk met de (definitieve) aanslag kan worden opgelegd wegens aangiftefouten. Er is sprake van een vergrijp in de zin van dit artikel wanneer de aangifte voor een aanslagbelasting hetzij in het geheel niet, hetzij onjuist of onvolledig is gedaan, terwijl dat aan opzet van de belastingplichtige is te wijten. De vergrijpboete kan dus niet worden opgelegd, als er sprake is van grove schuld. Een ander opvallend aspect is dat de aangiftevergrijpboete niet kan worden opgelegd wegens het niet binnen de termijn doen van aangifte, zelfs niet als dat opzettelijk gebeurt. Verder is van belang, dat om te kunnen spreken van een in het geheel niet gedane aangifte, dezelfde eisen gelden als bij de aangifteverzuimboete (uitnodiging en aanmaning).1 Ten slotte is het wettelijke strafmaximum voor aangiftefouten die zien op belastbaar inkomen uit box 3 van de IB het drievoudige van het strafmaximum dat geldt voor andere aangiftefouten.