V-N 2022/8.15
Bij niet-ontvankelijk beroep kan immateriëleschadevergoeding geen betrekking hebben op bezwaarfase
HR 04-02-2022, ECLI:NL:HR:2022:42, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 februari 2022
- Magistraten
Wortel, Beukers-van Dooren, Cools
- Zaaknummer
20/03024
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS632977:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:42, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑02‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 18‑05‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑02‑2021
- Wetingang
art. 6 EVRM
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat bij een niet-ontvankelijk beroep een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn alleen betrekking kan hebben op de procedure bij de rechtbank en dus niet meer op de bezwaarfase.
Samenvatting
X maakt op 8 maart 2018 bezwaar tegen een WOZ-beschikking van de gemeente Noordwijk. Op 17 december 2018 verklaart de heffingsambtenaar dit bezwaar ongegrond, waarna X in beroep gaat. Op 11 februari 2020 verklaart Rechtbank Den Haag het beroep niet-ontvankelijk. X gaat hiertegen in verzet, maar dat verzet wordt op 5 augustus 2020 ongegrond verklaard. De verzetrechter kent X voor overschrijding van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.